ECLI:NL:RBOBR:2026:3322

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
11338397 EL 24-28
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:101 BWWet op de Collectieve Afwikkeling Massaschade (WCAM)artikel 41 NR 1999artikel 25 NR 1995
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onrechtmatige advisering en schadevergoeding bij effectenleaseovereenkomst

Eisers sloten twee effectenleaseovereenkomsten met Dexia, waarbij zij geld leenden om aandelen te kopen. Dexia beëindigde de overeenkomsten tussentijds vanwege betalingsachterstanden, waarna de aandelen werden verkocht met verlies voor eisers. Eisers vorderden vergoeding van hun schade wegens onrechtmatig handelen van Dexia.

De kantonrechter oordeelde dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld door cliënten te accepteren terwijl de tussenpersoon geen vergunning had en persoonlijk advies gaf. Eisers hebben voldoende onderbouwd dat Dexia hiervan op de hoogte was of had moeten zijn. Dexia heeft haar zorgplicht geschonden, met name de waarschuwingsplicht.

De schade van eisers bestaat uit de vooruitbetaalde inleg en restschuld, die geheel voor rekening van Dexia komt. Dexia wordt veroordeeld tot betaling van €17.842,41 vermeerderd met wettelijke rente. Daarnaast moet Dexia de BKR-registratie van eisers wissen. De vordering van Dexia tot betaling van een deel van de restschuld uit de tweede overeenkomst wordt toegewezen. Proceskosten worden deels toegewezen en deels gecompenseerd.

Uitkomst: Dexia wordt veroordeeld tot schadevergoeding van €17.842,41 plus rente en het wissen van BKR-registratie wegens onrechtmatig handelen.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK Oost-Brabant
Civiel recht
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer: 11338397 EL 24-28
vonnis van de kantonrechter van 23 april 2026
in de zaak van

1.[eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak en in het incident]

2. [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie in de hoofdzaak,
verwerende partij in reconventie in de hoofdzaak en in het incident,
gemachtigde: mr. G. van Dijk, Leaseproces,
tegen
de besloten vennootschap Dexia Nederland B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak,
eisende partij in reconventie in de hoofdzaak en verzoekende partij in het incident,
gemachtigde: USG Legal Professionals B.V.
Partijen worden hierna ‘ [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] ’ en ‘Dexia’ genoemd.

1.Kern van de zaak

1.1.
[eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] hebben via een tussenpersoon twee effectenleaseovereenkomsten gesloten met de rechtsvoorganger van Dexia. Dit zijn de overeenkomst ‘Overwaarde Effect’(hierna: overeenkomst 1) en de overeenkomst ‘Triple Effect’ (hierna: overeenkomst 2). Die overeenkomsten hielden het volgende in. [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] leenden geld van Dexia en met dat geld kocht Dexia aandelen. [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] betaalden met name rente (inleg) per maand of ineens vooruit. De overeenkomsten zijn door Dexia tussentijds beëindigd, waarna de aandelen zijn verkocht en [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] het geleende geld moesten terugbetalen. In dit geval was de waarde van die aandelen bij verkoop zodanig dat [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] verlies hebben geleden. In deze zaak gaat het om de vraag of Dexia de door [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] geleden schade (helemaal) moet vergoeden.
1.2.
Er is al veel rechtspraak over overeenkomsten zoals hier aan de orde en de kantonrechter sluit in deze zaak daarbij aan. Dat betekent dat Dexia de door [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] geleden schade met betrekking tot overeenkomst 1 helemaal moet vergoeden. Met betrekking tot overeenkomst 2 hebben [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] niet betwist dat zij in 2003 het Dexia Aanbod hebben geaccepteerd en dat zij op grond daarvan nog 1/3e deel van de restschuld aan Dexia verschuldigd zijn, zodat zij dit bedrag nog moeten betalen.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding;
  • de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, met een incidenteel verzoek;
  • de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie, tevens conclusie van antwoord in het incident;
  • de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie;
  • de conclusie van dupliek in reconventie, tevens akte uitlating producties in conventie.
2.2.
Ten slotte is partijen meegedeeld dat vonnis wordt gewezen.

3.3. De feiten

3.1.
Overeenkomst 1 betreft de volgende effectenleaseovereenkomst:
Nr.
Contractnr.
Datum
Naam overeenkomst
1
[nummer 1]
24-08-2000
Overwaarde Effect
3.2.
Dexia heeft met betrekking tot de overeenkomst een eindafrekening opgesteld met het volgende resultaat:
Nr.
Datum eindafrekening
Resultaat
Betaald
1
16-03-2006
- € 6.059,44
Nee
De overeenkomst is door Dexia in 2006 tussentijds beëindigd omdat [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] in gebreke bleven de overeengekomen maandbetalingen te voldoen.
3.3.
Volgens opgave van Dexia hebben [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] op grond van de overeenkomst bij wijze van vooruitbetaling in totaal een bedrag van € 18.514,20 betaald en is de restschuld niet betaald. Volgens die opgave hebben [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] geen bedrag aan dividenden ontvangen en € 671,79 aan fiscaal voordeel genoten.
3.4.
De gemachtigde van [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] , Leaseproces, heeft bij brief van 2 mei 2005 de nietigheid, vernietiging, dan wel ontbinding van de overeenkomst ingeroepen op grond van misbruik van omstandigheden, wanprestatie, dwaling, onrechtmatige daad en/of misleidende reclame. Tevens wordt het recht voorbehouden daartoe ook andere gronden nog aan te voeren.

4.De vorderingen en het verweer in de hoofdzaak en in het incident

4.1.
[eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] vorderen, samengevat, dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
in de hoofdzaak:
 voor recht zal verklaren dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] en/of toerekenbaar is tekort geschoten,
 voor recht zal verklaren dat [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] schade hebben geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van Dexia en Dexia gehouden is die schade te vergoeden,
 Dexia te veroordelen om binnen twee weken na betekening van het vonnis te bewerkstelligen dat de registratie van [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] bij het Bureau Kredietregistratie in Tiel wordt doorgehaald en dat de aan die registratie gekoppelde achterstandscodering ongedaan wordt gemaakt, op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag dat Dexia daarmee in gebreke blijft met een maximum van € 20.000,00,
 Dexia zal veroordelen tot voldoening aan [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] van al datgene dat [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] aan Dexia hebben betaald onder de overeenkomst, vermeerderd met de wettelijke rente daarover,
 voor recht zal verklaren dat [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] de door Dexia gevorderde restschuld niet verschuldigd zijn,
 Dexia zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] , met rente,
 Dexia zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten met een maximum van € 100,00, met rente.
4.2.
Dexia voert verweer tegen de vorderingen. Zij stelt onder meer dat [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] niet-ontvankelijk zijn omdat [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] het Dexia Aanbod hebben ondertekend.
Het verweer van Dexia mondt uit in een tegenvordering, waarbij zij vordert, dan wel verzoekt (samengevat) dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
in het incident:
 [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] zal veroordelen om aan Dexia een afschrift te verstrekken van het intakeformulier,
in de hoofdzaak (in reconventie):
 [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] zal veroordelen tot betaling van € 2.656,75 te vermeerderen met de wettelijke rente:
o ter zake overeenkomst 1 over € 2.019,81 vanaf 26 maart 2006;
o ter zake overeenkomst 2 over € 636,93 vanaf 25 december 2005;
 voor recht zal verklaren dat Dexia met betrekking tot de effecten-leaseovereenkomst met nummers [nummer 1] en [nummer 2] aan al haar verplichtingen heeft voldaan en niets meer aan [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] verschuldigd is,
 [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] zal veroordelen in de proceskosten in conventie en in reconventie.
Dexia stelt dat [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] op basis van het Hofmodel nog een bedrag van
€ 2.656,75 aan haar verschuldigd zijn uit hoofde van overeenkomst 1 en overeenkomst 2 (1/3e deel van de restschuld).
4.3.
[eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] voeren hiertegen verweer.
4.4.
Op de stellingen en verweren van partijen zal voor zover nodig hierna nader worden ingegaan.
5. De beoordeling van de vorderingen in conventie en in reconventie in de hoofdzaak en het verzoek in het incidentalgemeen5.1. Het gaat in deze zaak om een financieel product dat tussen 1990 en 2003 in Nederland ongeveer één miljoen keer is verkocht, namelijk een effectenleaseovereenkomst. Kenmerk van dit product is, dat de afnemer van het product met geleend geld belegt. Na het instorten van de aandelenmarkt zijn vele afnemers geconfronteerd met restschulden en andere verliezen. Vanaf omstreeks medio 2002 zijn de effectenleaseproducten van Dexia onderwerp geweest van meerdere juridische procedures. Onder meer door het aanbieden van het zogenaamde "Dexia Aanbod" en door de zogenaamde "Duisenberg regeling" heeft Dexia geprobeerd de geschillen met haar afnemers minnelijk te regelen. Op 25 januari 2007 heeft het gerechtshof Amsterdam de "Duisenberg regeling" verbindend verklaard in de zin van de Wet op de Collectieve Afwikkeling Massaschade (WCAM).
Enkele tienduizenden afnemers hebben deze regeling niet geaccepteerd en tijdig een opt-out-verklaring ingediend, onder wie [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] (ten aanzien van overeenkomst 1).
5.2.
De procedures hebben geleid tot veel jurisprudentie, waaronder verschillende richtinggevende arresten van de Hoge Raad. Deze jurisprudentie is bij de gemachtigden van partijen bekend. [1] Deze jurisprudentie wordt bij de beoordeling van de vorderingen als leidraad genomen. Door partijen zijn geen (althans onvoldoende) bijzondere omstandigheden gesteld die in deze zaak een afwijking daarvan rechtvaardigen.
5.3.
Dexia heeft in conventie als verweer gevoerd dat [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] niet-ontvankelijk zijn omdat zij akkoord zijn gegaan met het zogenaamde “Dexia Aanbod” en daarmee afstand van recht hebben gedaan. Dexia heeft het betreffende formulier als productie 4 in het geding gebracht. [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] hebben bij conclusie van repliek aangevoerd dat het Dexia Aanbod alleen betrekking heeft op het Triple Effect product en niet op overeenkomst 1. Dit is bij conclusie van dupliek door Dexia niet betwist. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] alleen met betrekking tot overeenkomst 2 akkoord zijn gegaan met het Dexia Aanbod.
Met betrekking tot overeenkomst 1 wordt het volgende overwogen.
5.4.
Toepassing van voornoemde jurisprudentie leidt in het onderhavige geval tot de volgende conclusies:
er is sprake van huurkoop;
er is geen sprake van dwaling, misleidende reclame en/of misbruik van omstandigheden; evenmin is er sprake van (ver)nietig(baar)heid krachtens de Wck;
Dexia heeft haar bijzondere zorgplichten geschonden, in elk geval de waarschuwingsplicht, en daardoor onrechtmatig gehandeld;
[eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] hebben schade geleden, bestaande uit een vooruitbetaalde leasesom en een restschuld;
er is voldoende causaal verband aanwezig tussen de hiervoor bedoelde schade en de onrechtmatige daad van Dexia.
verjaring
5.5.
Voor zover Dexia stelt dat een eventuele vordering van [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] inmiddels is verjaard, wordt dit verweer niet gevolgd. In de jurisprudentie zijn bestendige oordelen te vinden voor wat betreft de stellingen en verweren van partijen die zien op de verjaring. [2] Voor zover in deze zaak geen andere, afwijkende standpunten zijn ingenomen door één van de partijen, wordt op de aan (de gemachtigden van) partijen bekende overwegingen, ook in deze zaak geoordeeld dat er geen reden is om aan te nemen dat de verweren omtrent de verjaring doel treffen.
tussenpersoon
5.6.
[eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] hebben de overeenkomst met Dexia afgesloten via de tussenpersoon Spaar Select (hierna: de tussenpersoon). Tussen partijen is niet in geschil dat de tussenpersoon niet beschikte over de voor beleggingsadvieswerkzaamheden noodzakelijke vergunning. In de prejudiciële beslissing van 10 juni 2022 [3] heeft de Hoge Raad uitgelegd in welke gevallen Dexia heeft gecontracteerd in strijd met het verbod van artikel 41 NR Pro 1999 (dan wel met het daarmee materieel overeenkomende artikel 25 NR Pro 1995). Daarvan is volgens de Hoge Raad sprake als de afnemer een effectenlease-overeenkomst is aangegaan nadat de daarbij optredende tussenpersoon (zonder te beschikken over de daarvoor benodigde vergunning), tevens – naar Dexia wist of behoorde te weten – als financieel adviseur is opgetreden door advies te geven. Dexia stelt dat het gegeven beleggingsadvies naar het destijds geldende Europese recht niet vergunningplichtig was. In het vonnis van de rechtbank Overijssel van 22 juni 2021 (ECLI:NL:RBOVE:2021:2548, onder het kopje ‘Tot slot’), dat heeft geleid tot de hiervoor genoemde prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 10 juni 2022, heeft de rechtbank toegelicht, onder verwijzing naar een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 oktober 2019 (ECLI:NL:GHARL:2019:8462), dat en waarom geen sprake is van strijd met het toepasselijke Europese recht. Er is geen reden om thans anders te oordelen. De Hoge Raad heeft, zoals (de gemachtigden van) partijen bekend is, bepaald dat het moet gaan om een gepersonaliseerde aanbeveling, waarbij een aantal omstandigheden zijn genoemd, die bij de beoordeling daarvan van belang kunnen zijn. Ook indien niet wordt vastgesteld dat die omstandigheden zich voordoen, bestaat de mogelijkheid dat de tussenpersoon toch een gepersonaliseerde aanbeveling heeft gedaan als door de Hoge Raad bedoeld, namelijk een aanbeveling die is voorgesteld als geschikt voor de betrokken afnemer ook als dat onder omstandigheden als een ‘verkooppraatje’ kan worden gekarakteriseerd.
5.7.
De stelplicht en bewijslast dat de tussenpersoon [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] heeft geadviseerd en dat Dexia wetenschap had of behoorde te hebben van het feit dat de tussenpersoon [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] , anders dan in algemene zin, een persoonlijk en specifiek op dit product toegesneden advies heeft verstrekt, rusten op [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] als de partij die zich op de rechtsgevolgen van het onrechtmatig handelen van Dexia beroept. De door [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] gestelde feiten en omstandigheden dienen voldoende concreet te zijn en zo mogelijk voorzien van onderbouwing. Voor zover Dexia de gestelde feiten en omstandigheden betwist, dient die betwisting eveneens voldoende gemotiveerd te zijn.
Bij de beoordeling of de stellingen voldoende concreet en onderbouwd zijn en of het verweer voldoende gemotiveerd is weegt mee dat beide partijen al zeer lange tijd – in elk geval sinds de opt-out door [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] – weten dat over de totstandkoming van de overeenkomst en de afwikkeling daarvan een gerechtelijke procedure gevoerd zal (kunnen) worden, zodat van hen verlangd mag worden de voor hun procespositie relevante informatie en stukken te hebben verzameld en bewaard.
5.8.
[eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] stellen over de feitelijke gang van zaken het volgende:
[eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] werden door een adviseur van Spaar Select aan de deur benaderd. De adviseur stelde voor om de financiële situatie van [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] door te nemen. Tijdens een gesprek thuis heeft de adviseur geïnformeerd naar de wensen en de financiële situatie
van [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] Er is met de adviseur gesproken over het inkomen, het pensioen, de
lopende leningen en de koopwoning van [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] en ook is er gesproken over de wensen van [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] om hun woning te verbouwen en hun pensioen aan te vullen.
[eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] schelen namelijk tien jaar, wat zou betekenen dat mevrouw [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] nog tien jaar zou moeten doorwerken wanneer de heer [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak en in het incident]
de pensioengerechtigde leeftijd zou bereiken. Mevrouw [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] wilde daarom eerder stoppen met werken en wenste vermogen op te bouwen om het pensioen gat
aan te vullen. De adviseur gaf aan dat het mogelijk was om deze doelstellingen te bereiken en dat hij hier een geschikte constructie voor wist.
De adviseur adviseerde [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] om een Overwaarde Effect product van Bank La-
bouchere af te sluiten met een vooruitbetaling van ongeveer NLG 40.000,-. [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] dienden hiervoor de overwaarde op hun woning op te nemen middels het oversluiten van de hypothecaire lening en deze aan te wenden voor de vooruitbetaling van het Overwaarde Effect product. Volgens de adviseur zouden [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] op deze wijze aanzienlijk vermogen opbouwen, waardoor [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] hun woning zouden kunnen verbouwen en hun pensioen zouden kunnen aanvullen. De adviseur adviseerde [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] om hun hypotheek over te sluiten en op te hogen naar NLG 300.000,-. Een bedrag van NLG 40.800,- kon vervolgens worden aangewend voor de vooruitbetaling van het Overwaarde Effect product. Het overige deel kon onder andere worden aangewend om het krediet van de Ribank Nieuwegein af te lossen en voor de hypotheekkosten. Het zou zonde zijn om de overwaarde in de stenen te laten zitten, terwijl [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] hun overwaarde zouden kunnen benutten om te sparen voor de verbouwing en hun pensioen, aldus de adviseur. Tevens zouden [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] met de opbrengsten uit het Overwaarde Effect product, de hypothecaire lening sneller kunnen aflossen en zou er alsnog een aanzienlijk kapitaal resteren.
De adviseur heeft [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] niet geïnformeerd over de specifieke risico’s. Zo heeft hij er niet op gewezen dat met geleend geld werd belegd en dat bij tegenvallende koersontwikkelingen, de inleg geheel verloren kon gaan en er bovendien een schuld kon ontstaan uit hoofde van de effectenleaseovereenkomst. Als [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] op deze risico’s gewezen waren hadden zij de overeenkomst nooit afgesloten.
[eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] hadden geen ervaring met beleggen of kennis van complexe financiële producten en vertrouwden daarom volledig op de deskundigheid van de adviseur en zijn advies.
Om deze reden hebben [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] het advies van de adviseur opgevolgd en een Overwaarde Effect product afgesloten van Bank Labouchere met een vooruitbetaling van NLG 40.800,-. De aanvraag voor het Overwaarde Effect is door de adviseur in orde gemaakt en de uiteindelijke overeenkomst is op een later moment ondertekend. De hypothecaire lening is overgesloten en verhoogd naar een bedrag van NLG 300.000,- bij de Postbank. De aanvraag voor de hypothecaire lening is in orde gemaakt door de adviseur (te zien aan productie B, hierna genoemd).
Het opvolgen van het advies heeft voor [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] desastreus uitgepakt. In plaats van het voorgespiegelde vermogen dat zou worden opgebouwd, zijn [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] de betaalde inleg geheel kwijtgeraakt. Daarnaast hebben [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] een restschuld aan de overeenkomst overgehouden.
5.9.
[eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] hebben, ter onderbouwing van hun stellingen, onder meer gewezen op de volgende stukken die in het geding zijn gebracht:
- een kopie van de overeenkomst met contractnummer [nummer 1] , voorzien van de tekst:
“Adviseur: [nummer 3] -Hypotheek Select B.V..;
- een brief van Spaar Select van 19 september 2000 (productie B) met de tekst:
- de hypotheeknota (productie C)
5.10.
Met deze feitelijke uiteenzetting en stukken hebben [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] voldoende onderbouwd gesteld dat sprake is geweest van vergunningplichtige advisering. Dexia heeft de door [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] geschetste gang van zaken slechts in algemene termen betwist. Dexia had echter meer concreet moeten maken dat en waarom volgens haar destijds geen sprake is geweest van advisering. Zo had Dexia moeten uiteenzetten op welke wijze de overeenkomst in haar visie tot stand was gekomen. Dexia heeft weliswaar erop gewezen dat zij op geen enkele wijze betrokken is geweest bij het contact tussen [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] en de adviseur van de tussenpersoon, maar dat kan Dexia niet baten. Voor zover Dexia daardoor in bewijsnood is, komt dat voor haar rekening en risico. Niet alleen had zij zoals hiervoor is overwogen eerder bewijs kunnen verzamelen maar daarbij komt dat Dexia destijds ervan heeft afgezien om eigen voorlichting te geven aan potentiële klanten en gebruik heeft gemaakt van deze tussenpersoon voor de afzet van haar producten. Dit terwijl het voor haar als aan toezicht onderworpen effecteninstelling verboden was om van die tussenpersoon cliënten aan te nemen aan wie adviezen waren verstrekt. Het had op haar weg gelegen om daarop controle uit te oefenen en ervoor te zorgen dat zij wel over concrete informatie beschikte over de totstandkoming van een contract en de daarbij betrokken (medewerker van de) tussenpersoon. Daarom wordt uitgegaan van de juistheid van de door [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] geschetste gang van zaken nu Dexia deze onvoldoende heeft weersproken. Aan bewijslevering wordt niet toegekomen.
wetenschap Dexia
5.11.
[eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] stellen dat Dexia wist, althans behoorde te weten, dat de tussenpersoon een op de persoon van (de heer en mevrouw) [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] toegesneden beleggingsadvies heeft gegeven. Zij heeft stukken overgelegd waaruit kan worden afgeleid dat Dexia in de periode dat [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] de overeenkomst sloten, nauw samenwerkte met Spaar Select bij de verkoop van de producten van Dexia door Spaar Select en in dat kader ermee bekend was dat Spaar Select standaard, althans op grote schaal, beleggingsadvies gaf aan de cliënten die zij als remisier vervolgens bij Dexia aanbracht als afnemers van effectenleaseproducten.
Dit gegeven is een voldoende onderbouwing van de stelling van [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] dat Dexia ook in hun geval bekend was of behoorde te zijn met de advisering van [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] door Spaar Select. De kantonrechter verwijst daarbij naar het arrest van de Hoge Raad van 9 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:882.
aansprakelijkheid Dexia5.12. Nu Dexia ondanks het voorgaande toch met [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] de overeenkomst is aangegaan, heeft zij jegens [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] onrechtmatig gehandeld. Dit moet Dexia zwaar worden aangerekend. Weliswaar zijn aan [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] omstandigheden toerekenbaar die tot de schade hebben bijgedragen, maar vanwege de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten, eist de billijkheid in beginsel dat de vergoedingsplicht van Dexia geheel in stand blijft. [4] Weliswaar kunnen er situaties zijn waarin voldoende reden is om een deel van de schade op grond van artikel 6:101 BW Pro voor rekening van de afnemer te doen komen, maar in dit geval zijn dergelijke feiten en omstandigheden niet aanwezig. De schade komt dan ook geheel voor rekening van Dexia.
vorderingen van [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident]
5.13.
De door [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] gevorderde verklaringen voor recht zullen daarom worden toegewezen, in die zin dat voor recht wordt verklaard dat Dexia onrechtmatig jegens [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] heeft gehandeld door [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] als cliënten te accepteren terwijl zij behoorde te weten dat de tussenpersoon [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] niet alleen als klanten aanbracht maar [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] tevens persoonlijk had geadviseerd en de tussenpersoon geen vergunning daarvoor bezat.
5.14.
De als gevolg hiervan door [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] geleden schade kunnen partijen inmiddels berekenen. De voor vergoeding in aanmerking komende schade bestaat uit de door de afnemer ( [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] ) betaalde inleg (in dit geval een vooruitbetaling) en de restschuld. Deze is door [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] niet betaald. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met te verrekenen genoten voordelen, waaronder daadwerkelijk ontvangen dividenduitkeringen, fiscale voordelen en een eventueel in aanmerking te nemen batig saldo uit voorgaande overeenkomsten. Een en ander volgens het door Dexia overgelegde financiële overzicht waarvan de juistheid door [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] niet of onvoldoende gemotiveerd is betwist. In het geval reeds eerder een schadevergoeding door Dexia is betaald, geldt ten aanzien van de verrekening daarvan hetgeen is overwogen in de beslissing van de Rechtbank Amsterdam van 25 november 2021 (ECLI:NL:RBAMS:2021:7910). De wettelijke rente is verschuldigd over het door Dexia te restitueren bedrag volgens de uitgangspunten als geformuleerd in HR 1 mei 2015 (ECLI:NL: HR:2015:1198) en HR 3 februari 2017 (ECLI:NL:HR:2017:164, r.o. 3.6.3). [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] hebben aan de hand van het door Dexia overgelegde financiële overzicht in de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie de schade berekend op € 17.842,41. Omdat Dexia de berekening niet heeft betwist, zal de kantonrechter uitgaan van dit bedrag.
BKR-registratie
5.15.
Dexia zal - voor het geval Dexia met betrekking tot [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] een A-codering aan het Bureau Kredietregistratie heeft doorgegeven - worden veroordeeld om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het Bureau Kredietregistratie te Tiel te berichten dat [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] geen verplichtingen uit de overeenkomst meer hebben. De daaraan te verbinden dwangsom wordt bepaald op € 100,00 voor elke dag dat Dexia niet aan deze veroordeling voldoet tot en maximum van € 10.000,00.
5.15.
Een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten is niet aan de orde. Niet gebleken is dat er meer of andere werkzaamheden aan de orde zijn geweest dan die, welke genoemd zijn in het arrest van de Hoge Raad van 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:590.
5.16.
Gelet op het voorgaande behoeven de andere door [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] aangevoerde gronden geen nadere bespreking.
Proceskosten in conventie
5.17.
Omdat [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] inhoudelijk gelijk krijgen, is Dexia aan te merken als de in het ongelijk te stellen partij. Dexia zal worden veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten) aan de zijde van [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] gevallen. De proceskosten van [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
135,97
- griffierecht
90,00
- salaris gemachtigde
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
100,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
901,97
5.18.
De gevorderde rente over de proceskosten zal als hierna te melden worden toegewezen.
het incidentele verzoek van Dexia
5.19.
Dexia verzoekt dat [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] worden veroordeeld het intakeformulier aan Dexia te verstrekken waaraan de door Leaseproces ingenomen stellingen zijn ontleend.
5.20.
Dexia wil kennelijk weten welke gegevens [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] destijds aan Leaseproces hebben verstrekt en vervolgens in het dossier van Leaseproces terecht zijn gekomen. Het verstrekken van informatie aan een rechtsbijstandverlener over een geschil door middel van een gesprek of een intake- of vragenformulier of anderszins dient onbelemmerd te kunnen plaatsvinden. Daarvan is geen sprake meer als een rechtzoekende er rekening mee moet houden dat de aan zijn rechtsbijstandverlener verstrekte gegevens bij zijn wederpartij terecht kunnen komen. Het is van groot belang dat het vertrouwelijke karakter van de informatie-uitwisseling tussen de rechtzoekende en diens rechtsbijstandverlener blijft bestaan. Gesteld noch gebleken is dat sprake is van een hoge uitzondering die maakt dat in dít geval van de beroepsbeoefenaar kan worden verlangd zich niet op zijn verschoningsrecht te beroepen. Al met al oordeelt de kantonrechter dat het incidentele verzoek van Dexia moet worden afgewezen.
5.21.
De proceskosten van dit incident zullen voor rekening van Dexia komen omdat zij in het ongelijk wordt gesteld. De proceskosten aan de zijde van [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] zullen worden begroot op € 82,00.
De andere vorderingen van Dexia
5.22.
Gelet op de beoordeling in conventie worden de vorderingen van Dexia voor zover deze betrekking hebben op overeenkomst 1 (met contractnummer [nummer 1] ) afgewezen.
5.23.
Met betrekking tot overeenkomst 2 hebben [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] niet betwist dat zij akkoord zijn gegaan met het Dexia Aanbod. Dexia vordert uit hoofde daarvan één derde gedeelte van de restschuld, zijnde een bedrag van € 636,93, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 december 2005. [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] hebben hier geen inhoudelijk verweer tegen gevoerd. Deze vordering zal daarom worden toegewezen. De gevorderde verklaring voor recht dat Dexia met betrekking tot overeenkomst 2 aan al haar verplichtingen heeft voldaan en niets meer aan [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] verschuldigd is, zal eveneens worden toegewezen. [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] hebben ook hier geen inhoudelijk verweer tegen gevoerd.
5.24.
Nu partijen in reconventie over en weer in het ongelijk worden gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij zijn of haar eigen kosten draagt.

6.De beslissing

De kantonrechter
in het incident van Dexia
6.1.
wijst het verzoek af,
6.2.
veroordeelt Dexia in proceskosten van [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] , tot op heden begroot op € 82,00,
in de hoofdzaak in conventie(met betrekking tot overeenkomst 1)
6.3.
verklaart voor recht dat Dexia onrechtmatig jegens [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] heeft gehandeld door [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] als cliënten te accepteren terwijl zij behoorde te weten dat de tussenpersoon [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] niet alleen als klanten aanbracht maar [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] tevens persoonlijk had geadviseerd en de tussenpersoon geen vergunning daarvoor bezat,
6.4.
verklaart voor recht dat [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] schade hebben geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van Dexia en Dexia gehouden is die schade te vergoeden,
6.5.
veroordeelt Dexia om aan [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] te betalen een bedrag van € 17.842,41 ter zake, vermeerderd met de wettelijke rente daarover, een en ander zoals weergegeven in r.o. 5.14.,
6.6.
verklaart voor recht dat [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] de door Dexia gevorderde restschuld niet verschuldigd zijn;
6.7.
veroordeelt Dexia – voor het geval Dexia met betrekking tot [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] een A-codering aan het Bureau Kredietregistratie heeft doorgegeven – om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het Bureau Kredietregistratie te Tiel te berichten dat [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] geen verplichtingen uit overeenkomst 1 meer hebben, op straffe van een dwangsom van € 100,00 voor elke dag dat Dexia niet aan deze veroordeling voldoet tot een maximum van € 10.000,-;
6.8.
veroordeelt Dexia in de proceskosten van € 901,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Dexia niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Dexia ook de kosten van betekening betalen,
6.9.
veroordeelt Dexia in de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,
in de hoofdzaak in reconventie
6.10.
veroordeelt [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] om aan Dexia te betalen een bedrag van € 636,93 uit hoofde van overeenkomst 2, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 december 2005 tot aan de dag van voldoening;
6.11.
verklaart voor recht dat Dexia met betrekking tot overeenkomst 2 aan al haar verplichtingen heeft voldaan en niets meer aan [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in reconventie in de hoofdzaak en in het incident] verschuldigd is,
6.12.
compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin dat iedere partij zijn of haar eigen kosten draagt,
in conventie en in reconventie
6.13.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
6.14.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Aldus gewezen door mr. H.T.J.F. Verhappen, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Voetnoten

1.In het bijzonder gaat het om de arresten van de Hoge Raad van 28 maart 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BC2837), 5 juni 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BH 2815), 29 april 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BP4003), 3 februari 2017 (ECLI:NL:HR: 2017:164) en 12 april 2019 (ECLI:NL:HR:2019:590) en de arresten van het gerechtshof Amsterdam van 1 december 2009 (ECLI:NL: GHAMS:2009:BK4981) en 1 april 2014 (ECLI:NL:GHAMS:2014:1135).
2.zie onder meer gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 3 november 2020 ECLI:NL:GHARL:2020:8992, gerechtshof Amsterdam, 25 januari 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:1462, Gerechtshof Den Bosch, 16 november 2021: ECLI:NL:GHSHE:2021:3409 ( HR cassatieberoep verworpen ECLI:NL:HR:2023:882), gerechtshof Den Bosch 10 januari 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:23,
3.Hoge Raad 10 juni 2022, ECLI :NL:HR:2022:862.
4.Hoge Raad 2 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2012 r.o. 5.6 en 5.7. Deze lijn is nadien bevestigd in de arresten van de Hoge Raad van 12 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1935, en van 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:862.