Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Inleiding.
2.De tenlastelegging.
een (email)bericht d.d. 28 juli 2011 gericht aan het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (met daarin het verzoek om de Stint aan te wijzen als ‘bijzondere bromfiets zonder kentekenverplichting’), en/of
3.De formele voorvragen.
4.De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.
Hij die waren verkoopt, te koop aanbiedt, aflevert of uitdeelt, wetende dat zij voor het leven of de gezondheid schadelijk zijn, en dat schadelijk karakter verzwijgende, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie.’
waren. De rechtbank zal daarom eerst de vraag beantwoorden of de Stint een ‘waar’ is in de zin van art. 174/175 Sr.
Voor vaststelling van het schadelijk karakter is niet vereist dat schade optreedt bij ieder (normaal) gebruik door elke mogelijke consument. Voldoende is dat vastgesteld wordt dat schade kan optreden als gevolg van elk gebruik waarmee redelijkerwijs rekening moet worden gehouden. Niet voldoende is echter dat door onbekendheid van de aard van de stof 4-MTA niet met zekerheid gezegd kan worden dat schade kan optreden als gevolg van gebruik waarmee redelijkerwijs rekening moet worden gehouden. In dat geval is het gebruik niet zonder risico, omdat zou kunnen blijken dat dat gebruik schadelijk in voormelde zin is. Dat risico berust derhalve op het mogelijk schadelijke karakter. Denkbaar blijft dan echter dat – indien meer omtrent de stof bekend wordt – komt vast te staan dat de stof niet schadelijk is. Voorkoming van voormeld risico is – mede – het oogmerk van andere strafbepalingen, zoals de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening, maar is niet het strafdoel van de artikelen 174 en 175 Sr.
De Hoge Raad oordeelde vervolgens dat deze overweging niet getuigt van een onjuiste rechtsoverweging en liet de vrijspraak in stand.
- de aanwijzing van de Stint als bijzondere bromfiets;
- de toepasselijkheid van Richtlijn 2006/42/EG (hierna: de Machinerichtlijn);
- de verrichte onderzoeken aan de Stint;
- de geïnventariseerde service- en/of incidentenmeldingen.
De aanwijzing van de Stint als bijzondere bromfiets.
De eisen waaraan dat onderzoek dient te voldoen, zullen worden opgenomen in een ministeriële regeling. Tijdens het verkeersveiligheidsonderzoek kan worden bepaald (onder bepaalde voorwaarden) of met deze bijzondere bromfiets veilig aan het verkeer kan worden deelgenomen. De mogelijkheden om een noodstop te maken, een uitwijkmanoeuvre te verrichten en de stoep op en af te rijden, zullen in ieder geval onderdeel zijn van deze verkeersveiligheidstest. Deze onderdelen van het onderzoek hebben tot gevolg dat dat onderzoek niet kan worden uitgevoerd zonder aandacht voor specifieke technische aspecten van de bijzondere bromfiets: de werking van het remsysteem en de stuurinrichting en de eenvoudige en doeltreffende mogelijkheid om de snelheid te regelen. Ook zal worden onderzocht of bepaalde voertuigonderdelen noodzakelijk zijn. Daarbij kan gedacht worden aan een bel, verlichting en reflectoren.’ [12]
"Aanwijzing van bromfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994",die als bijlage aan het verslag van het SWOV is toegevoegd. Het Ministerie heeft de SWOV blijkens het verslag verzocht de Stint te toetsen aan de veiligheidsaspecten uit de algemene beschrijving.
Uit het onderzoek van de RDW is gebleken dat uw voertuig een halve centimeter breder is dan de toegestane breedte. Ik heb echter besloten hiervan geen punt te maken. Overigens was het advies positief. Uit het rapport van de SWOV blijkt dat de Stint aan de door mij gestelde eisen van verkeersveiligheid voldoet. Wel maakt de SWOV enkele behartigenswaardige opmerkingen over het gebruik, de snelheid en de breedte van uw voertuig. Ik adviseer u nadrukkelijk hiermee rekening te houden.’.
voldoende veilig’ aan het verkeer kon worden deelgenomen en wees de aanvraag tot aanwijzing van de Stint toe. Het besluit om de Stint toe te laten tot de weg werd op 4 april 2012 gepubliceerd in de Staatscourant. [16] Het betrof een zogenaamde nationale typegoedkeuring.
Uw aanvraag tot aanwijzing van de Stint wijs ik daarom toe. Wel wijs ik u erop dat alle door u op de markt gebrachte Stints naar vormgeving, technische specificaties en wat betreft hun verkeersveiligheid aan de door de RDW en de SWOV beoordeelde eisen dienen blijven te voldoen.’ [24]
Naar het oordeel van de Afdeling volgt dus uit zowel het wettelijk systeem als het op de aanvraag gebaseerde aanwijzingsbesluit dat de aanwijzing alleen is gegeven voor het type voertuig met de naam Stint, met een maximumsnelheid van 15 km/uur en een elektromotor van 800 watt. Dit betekent dat voor andere types of voor wijzigingen aan de (technische) specificaties van dit type een nieuwe aanvraag, dan wel tenminste een melding (die de minister de gelegenheid zou geven aan te geven dat een nieuwe aanvraag noodzakelijk was) moest worden gedaan, voordat deze op de markt mocht worden gebracht.’.
dus zal het nieuwe type opnieuw beoordeeld moeten worden.” [28] Gelet hierop hebben verdachten in ieder geval vanaf 12 mei 2014 geweten dat als een nieuwe variant van de Stint niet meer overeenkwam met de gekeurde Stint, dit moest leiden tot een nieuwe beoordeling. Zo oordeelde ook de Raad van State in de hiervoor aangehaalde uitspraak.
Uit het wettelijk systeem volgt dat het niet aan de fabrikant is om zelf te (laten) beoordelen of een voertuig aan de vereisten om aangewezen te worden voor toelating op de weg voldoet, maar aan de minister. Omdat de fabrikant de Stints met een maximumsnelheid van 17,2 km/uur en een elektromotor van 1200 watt niet ter beoordeling aan de minister heeft voorgelegd, heeft die beoordeling niet plaatsgevonden. De vraag of dit type zou zijn aangewezen, is een hypothetische vraag, waaraan de Afdeling niet toe komt.’.
De toepasselijkheid van de Machinerichtlijn.
i) een motor met een cilinderinhoud van ten hoogste 50 cm3 voor motoren met een elektrische ontsteking, of
Neem de verplichting om te voldoen aan de Machinerichtlijn op in de beleidsregel’. [34] Ook in het definitieve advies van 23 mei 2019 is deze aanbeveling opgenomen. [35]
Het borgen van veilig gebruik van bijzondere bromfietsen op de weg in Nederland, kan niet worden bereikt via de methodiek van de Machinerichtlijn. Daarvoor is de Beleidsregel bedoeld. In Europees verband pleit ik ervoor om bijzondere bromfietsen onder te brengen in Europese voertuigregelgeving. Daarmee zou dan de Machinerichtlijn niet langer van toepassing zijn, daar deze de machines die vallen onder de huidige Europese voertuigregelgeving uitsluit van haar reikwijdte.’ [39]
De verrichte onderzoeken naar de Stint.
De geïnventariseerde service- en incidentenmeldingen.
(een of meer van) deze Stint(s) voldeed/voldeden niet aan een of meer van de in Bijlage 1 van de Machinerichtlijn (Richtlijn 2006/42/EG) voorgeschreven essentiële veiligheids- en gezondheidseisen betreffende het ontwerp en de bouw van machines (dossier ZD00, bijlage 68).
één of meer van de in Bijlage 1 van de Machinerichtlijn voorgeschreven veiligheids- en gezondheidseisen. De rechtbank is van oordeel dat dit verwijt te algemeen is geformuleerd. De rechtbank constateert dat Bijlage 1 van de Machinerichtlijn een zeer groot aantal veiligheids- en gezondheidseisen omschrijft. Het is daarom voor de rechtbank onvoldoende inzichtelijk wat deze beschuldiging inhoudt. Vraag blijft tegen welke veiligheids- en/of gezondheidseis(en) dit verwijt zich richt. Dit geldt temeer nu in andere gedachtestreepjes wel specifieke eisen uit de Machinerichtlijn worden genoemd, waarmee het verwijt in deze vorm zinledig lijkt. De rechtbank is daarom ambtshalve van oordeel dat dit onderdeel van de tenlastelegging onvoldoende feitelijk is omschreven en dat dit deel van de dagvaarding daarom niet voldoet aan het vereiste van art. 261 Sv Pro. De dagvaarding zal in zoverre nietig worden verklaard.
(een of meer van) deze Stint(s) was/waren niet voorzien van een remvoorziening waarmee de ingevolge artikel 5.6.90 van de Regeling Voertuigen voorgeschreven minimale remvertraging van 4,0m/s² kon worden behaald, en/of de motorcontroller was softwarematig zodanig afgesteld dat een optimale remwerking werd tegengegaan (dossier ZD01, schadelijkheid A1).
automotive UN/ECE R78. Die formule houdt rekening met de reactietijd en de effectiviteit van het remsysteem.
Remmen op de motor wilden we niet te veel. Als de Stint te veel remt dan gaat er te veel stroom naar de accu’s. Ik dacht dat ik een mooi evenwicht had gevonden’.Uit remproeven van de forensische recherche van de politie blijkt dat het mogelijk was om in onbeladen toestand een remvertraging van 4,0 m/s² te behalen door het aanpassen van de software-instellingen. [43]
Bij twijfel controle door middel van een vertragingsproef, waarbij aan de hand van de afgelegde vertragingsafstand wordt bepaald of aan de vereiste vertraging is voldaan. Als de zelfbalancerende bromfiets op topsnelheid (maximaal 20 km/u) binnen 3,86 meter stilstaat voldoet het’. [47]
(een of meer van) deze Stint(s) was/waren niet voorzien van een zodanig krachtige mechanische rem dat de Stint (ongehinderd) tot stilstand kon worden gebracht bij een tegelijkertijd mogelijk zijnde aandrijving van de motor, en/of niet voorzien van een remschakelaar die een dergelijke gelijktijdige aandrijving van de motor onmogelijk zou moeten maken (dossier ZD01, schadelijkheden A2 en A3).
onbedoeldaangedreven bleef en dat de onvoldoende krachtige mechanische rem en het ontbreken van een remschakelaar daarom als schadelijkheden moeten worden gezien. Deze eigenschappen dienen daarom in onderling verband en samenhang te worden bezien met enkele andere ten laste gelegde eigenschappen.
(een of meer van) deze Stint(s) was/waren niet voorzien van een noodstopvoorziening (dossier ZD04, schadelijkheid D1).
(een of meer van) deze Stint(s) was/waren zodanig geconstrueerd dat bij een breuk of slecht contact van de 0-draad de aandrijving van de motor onbedoeld in de hoogste stand schakelde en/of de Stint onbedoeld versnelde (dossier ZD02, schadelijkheid B1).
(een of meer van) deze Stint(s) was/waren voorzien van een (ondeugdelijke) gashendel waarin de terugkeerveer kon breken, waardoor de gashendel bij loslaten niet tot de nulstand terugveerde en daardoor de aandrijving van de motor onbedoeld in stand kon blijven (dossier ZD03, schadelijkheid C1).
Aanrijding tussen 2 Stints, medewerker van [organisatie] gewond aan been. Gashendel. Risicoanalyse: gevaarlijke situaties met kans op letselschade kunnen ontstaan. Actie: Actief gashendels vervangen.’ [86]
(een of meer van) deze Stint(s) was/waren voorzien van een ondeugdelijk gemonteerde gashendel, waardoor de gashendel kon aanlopen tegen het uiteinde van het stuur en waardoor deze – bij loslaten – mogelijk niet terugkeerde naar de ruststand en de aandrijving onbedoeld in stand kon blijven (dossier ZD03, schadelijkheid C2).
(een of meer van) deze Stint(s) was/waren voorzien van een vrijloophendel welke voor de bestuurder niet zichtbaar en/of niet te bedienen was vanaf het staplateau, en/of was/waren (een of meer van) deze Stint(s) niet voorzien van een vrijloopbeveiliging, (mede) waardoor de Stint aangedreven kon worden terwijl de vrijloop ingeschakeld is (en de elektromechanische rem buiten werking gesteld is) (schadelijkheden ZD04 D4 en ZD05 E4).
(een of meer van) deze Stint(s) was/waren niet voorzien van een opstartbeveiliging, waardoor bij het starten van de Stint de aandrijving van de motor onbedoeld tot stand kon komen (dossier ZD04, schadelijkheid D5).
(een of meer van) deze Stint(s) was/waren voorzien van voor gebruik in de Stint ondeugdelijke en/of ongeschikte accu’s en/of voor de gebruikte accu’s ongeschikte acculaders, en/of was de Stint dusdanig ontworpen dat de kwaliteit en/of werking van de accu’s (snel) verminderde(n), waardoor deze ondeugdelijk werden, (mede) waardoor de Stint onbedoeld kon vertragen of stilvallen (dossier ZD05, schadelijkheden E1 en E2).
(een of meer van) deze Stint(s) was/waren niet voorzien van een aanwezigheidsdetectie van de bestuurder, waardoor de Stint bij het van het staplateau vallen/stappen door de bestuurder niet automatisch tot stilstand kwam (dossier ZD04, schadelijkheid D2)
(een of meer van) deze Stint(s) was/waren niet voorzien van een zitplaats voor de bestuurder, dan wel enige andere voorziening om de stabiliteit van de bestuurder op het staplateau te garanderen (dossier ZD04, schadelijkheid D3).
(een of meer van) deze Stint(s) voldeed/voldeden niet aan de in de EMC-Richtlijn (Richtlijn 2004/108/EC en/of 2014/30/EU) gestelde essentiële eisen omtrent EMC (elektromagnetische compatibiliteit) en/of was de bedrading niet zodanig geïnstalleerd en afgeschermd dat elektromagnetische verstoringen (van de motorcontroller) steeds konden worden voorkomen (dossier ZD06, schadelijkheid F2).
Het (e-mail)bericht d.d. 28 juli 2011.
Ook hebben wij een CE-markeringstraject doorlopen’in strijd met de waarheid is
.De rechtbank oordeelt als volgt.
De gebruikershandleidingen.
geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen. Dit houdt naar bestendige jurisprudentie in dat aan het geschrift in het maatschappelijk verkeer betekenis voor het bewijs van enig feit pleegt te worden toegekend. Bij de beoordeling hiervan moet het betreffende geschrift op zichzelf beoordeeld worden, in dit geval de gebruikershandleiding van de Stint.
De VVO’s.