ECLI:NL:RBONE:2013:BZ2036
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens hennepkwekerij in woonruimte
De zaak betreft een huurovereenkomst tussen [eiser], een woningcorporatie, en [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2], huurders van een eengezinswoning sinds 1995. In juni 2012 werd door de politie een hennepkwekerij met tien volwassen planten aangetroffen in een kast op de kamer van de volwassen zoon van de huurders. De verhuurder stelde op grond hiervan de huurovereenkomst te willen ontbinden en de woning te ontruimen.
De huurders betwistten de vordering en stelden onder meer dat zij niet op de hoogte waren van de kwekerij. De rechtbank verwierp deze stelling, mede op basis van het proces-verbaal waaruit bleek dat de huurster de kwekerij aanwees. Daarnaast wees de rechtbank op het zero-tolerance beleid van de verhuurder tegen hennepkweek, dat algemeen bekend was.
De rechtbank oordeelde dat het kweken van hennep, ook voor eigen gebruik, verboden is en dat de aanwezigheid van een hennepkwekerij een tekortkoming vormt die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. De risico’s van verloedering, brand en overlast zijn reëel en de huurders hebben deze risico’s op de koop toe genomen. De vordering tot ontbinding en ontruiming werd daarom toegewezen, met een termijn van 30 dagen voor ontruiming na betekening van het vonnis.
De gevorderde machtiging voor ontruiming met inzet van de sterke arm werd afgewezen, omdat de deurwaarder deze bevoegdheid zelfstandig kan uitoefenen. De vordering tot betaling van huur of gebruiksvergoeding werd afgewezen wegens het ontbreken van een huurachterstand. De huurders werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurders worden veroordeeld tot ontruiming binnen 30 dagen na betekening.