Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
UNICOM OOST B.V.,
1.De procedure
2.De feiten
[naam andere werknemer; ktr]bij Installatiebedrijf [X] het team gaan versterken.
Rechtbank Overijssel
De werknemer was sinds 1985 in dienst bij UniCom en was statutair directeur annex werkvoorbereider/planner bij UniCom Installaties. UniCom vroeg in juni 2015 toestemming aan het UWV om de arbeidsovereenkomst van negen werknemers, waaronder de werknemer, op te zeggen wegens bedrijfseconomische omstandigheden. Het UWV verleende toestemming en UniCom zegde het dienstverband op per 5 oktober 2015.
UniCom beëindigde de activiteiten van UniCom Installaties vanwege structurele verliesgevendheid. De werknemer trad per 1 november 2015 in dienst bij een ander installatiebedrijf, in een vergelijkbare functie maar met een lager salaris. De werknemer stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was en vorderde een schadevergoeding.
De rechtbank stelt vast dat het oude ontslagrecht van toepassing is en beoordeelt of het ontslag in strijd is met algemeen aanvaarde normen van goed werkgeverschap. De kantonrechter concludeert dat de gevolgen van het ontslag voor de werknemer niet zo ernstig zijn dat het ontslag kennelijk onredelijk is, mede omdat UniCom zich heeft ingespannen voor herplaatsing en de werknemer vrijwel direct elders aan het werk kon.
De financiële situatie van UniCom was niet zodanig dat een vergoeding onmogelijk was, maar de bedrijfseconomische noodzaak en het ontbreken van verwijtbaar handelen door UniCom wegen zwaarder. De vordering tot verklaring van kennelijk onredelijk ontslag en schadevergoeding wordt afgewezen. De werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verklaring van kennelijk onredelijk ontslag en schadevergoeding is afgewezen.