ECLI:NL:RBOVE:2023:415
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening bestuurlijke boetes wegens overtredingen Wet arbeid vreemdelingen met matiging tot 50%
De rechtbank Overijssel behandelde de beroepen van drie ondernemingen tegen opgelegde bestuurlijke boetes van elk €24.000 wegens overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De overtredingen betroffen het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder de vereiste tewerkstellingsvergunningen. De ondernemingen erkenden de overtredingen, maar betoogden dat de boetes onterecht hoog waren en verzochten om matiging tot het boetenormbedrag van artikel 2a Wav, dat lager is.
De rechtbank oordeelde dat het niet indienen van een aanvraag voor een traject binnen het internationale handelsverkeer geen administratieve formaliteit is en dat de boetenorm van artikel 2 Wav Pro terecht is toegepast. Wel achtte de rechtbank een matiging van 50% passend vanwege normale verwijtbaarheid, conform recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak. Een verdere matiging wegens onevenredigheid werd afgewezen, mede omdat de ondernemingen de boetes al hadden betaald en geen financiële problemen aannemelijk maakten.
De rechtbank vernietigde de bestreden besluiten en herroept de primaire besluiten voor zover de boetes op €24.000 waren vastgesteld. De boetes worden vastgesteld op €12.000 per onderneming. Tevens veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan de ondernemingen.
Uitkomst: De boetes wegens overtreding van artikel 2 Wav worden gematigd tot €12.000 per onderneming met vergoeding van griffierecht en proceskosten.