Eisers, vennoten van een bakkerij, kregen een boete van €8.000 opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning. De vreemdeling werd op 16 november 2012 betrapt terwijl hij bakkerswerkzaamheden verrichtte, zonder dat duidelijk was of dit onder het eigenaarschap van eisers of de vorige eigenaar viel.
Eisers betwistten de boete en voerden aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zij niet als werkgever konden worden aangemerkt. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat eisers als werkgevers konden worden beschouwd omdat zij onvoldoende maatregelen hadden genomen om arbeid door de vreemdeling te voorkomen.
Hoewel verweerder de boete niet wilde matigen, achtte de rechtbank de werkzaamheden van marginale omvang, vergelijkbaar met een incidentele vriendendienst, en matigde de boete daarom tot €4.000. Eisers werden tevens in hun proceskosten en griffierecht tegemoetgekomen.