ECLI:NL:RBROT:2016:2880
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete voor onvergund aanbieden van flitskrediet en feitelijk leidinggeven
De rechtbank Rotterdam behandelde de beroepen van een kredietaanbieder en haar feitelijk leidinggevende tegen door de AFM opgelegde bestuurlijke boetes wegens overtreding van artikel 2:60, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft). De boetes betroffen het onvergund aanbieden van kortlopende kredieten met niet-onbetekenende kosten, ook via een garantstelling van een Cypriotische vennootschap.
De rechtbank oordeelde dat de uitzondering voor kredieten met onbetekenende kosten niet van toepassing was, omdat de kosten voor de garantstelling aanzienlijk waren en daarmee de totale kredietkosten niet onbetekenend. Tevens werd geoordeeld dat de feitelijk leidinggevende bewust de aanmerkelijke kans op overtreding aanvaardde en geen maatregelen nam om deze te voorkomen.
De boetes werden gematigd op basis van draagkracht, maar de rechtbank vond dat de AFM terecht de boetes oplegde en dat de openbaarmaking van de boetebesluiten niet onrechtmatig was. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de door de AFM opgelegde boetes van €300.000 en €200.000 wegens overtreding van artikel 2:60 Wft.