ECLI:NL:RBROT:2023:7737
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting Dordrecht
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van eiser tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Dordrecht. De aanslag betrof een bedrag van €68,-, waarvan €66,50 aan kosten naheffing. Eiser betwistte de aanslag onder meer omdat hij slechts parkeergeld had betaald voor de maximale parkeerduur van veertig minuten en omdat de kosten van de naheffing te laat zouden zijn bekendgemaakt.
De rechtbank overwoog dat de parkeerlocatie een maximale parkeerduur van telkens veertig minuten kent, waarna opnieuw betaald moet worden. De naheffing is forfaitair berekend over een uur, conform artikel 234, derde lid, van de Gemeentewet, en niet beperkt tot de werkelijke parkeerduur. De rechtbank volgde de jurisprudentie dat dit forfaitair naheffen doelmatig is en dat de Verordening en tarieventabel dit kenbaar maken.
Ten aanzien van de kosten naheffing oordeelde de rechtbank dat de wettelijke bekendmakingsdatum van 1 september een regelende en geen fatale termijn is. De kosten waren tijdig bekendgemaakt, zodat de aanslag niet onrechtmatig is. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.