ECLI:NL:RBROT:2023:7872
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.C.W. van der Feltz
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn hoekwoning en stelt dat deze te hoog is vastgesteld. Verweerder heeft een taxatierapport overgelegd waarin de waarde wordt onderbouwd met verkoopcijfers van vergelijkbare woningen in dezelfde buurt. De rechtbank acht deze onderbouwing voldoende en wijst het beroep af.
Eiser had tevens bezwaar gemaakt tegen het niet verstrekken van bepaalde stukken, maar de rechtbank stelt vast dat verweerder deze stukken via een digitale overdracht heeft verstrekt en dat eiser niet concreet heeft aangegeven welke stukken ontbreken.
Daarnaast is vastgesteld dat de behandeling van het bezwaar en beroep de redelijke termijn heeft overschreden met bijna zes maanden. Gezien het geringe financiële belang en de aard van de zaak, kent de rechtbank een immateriële schadevergoeding van € 50,- per half jaar toe, waarvan verweerder en de Staat elk de helft moeten betalen.
De rechtbank veroordeelt verweerder en de Staat tot betaling van een schadevergoeding en proceskostenvergoeding aan eiser. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder en de Staat worden veroordeeld tot betaling van een beperkte schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.