ECLI:NL:RVS:2023:2947
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- P.H.A. Knol
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving huisvesting arbeidsmigranten op recreatiepark Marina Beach
Het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen legde op 10 juli 2018 een last onder dwangsom op aan Oostappen Groep B.V. om het gebruik van recreatiewoningen voor huisvesting van arbeidsmigranten op vakantiepark Marina Beach te beëindigen. Oostappen betwistte dit, waarna de rechtbank op 9 april 2021 het beroep grotendeels ongegrond verklaarde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank op 2 augustus 2023.
De Afdeling oordeelde dat het gebruik van recreatiewoningen voor permanente bewoning, waaronder huisvesting van arbeidsmigranten, niet valt onder de Dienstenrichtlijn maar onder het bestemmingsplan dat recreatief gebruik voorschrijft. De planregel die huisvesting van arbeidsmigranten verbiedt, is onverbindend verklaard wegens strijd met de Dienstenrichtlijn, maar het verbod op permanente bewoning blijft van kracht. Er is geen sprake van discriminatie op grond van nationaliteit, aangezien het verbod voor iedereen geldt.
Verder concludeerde de Afdeling dat het college terecht handhavend optrad en dat de last onder dwangsom geschikt, noodzakelijk en evenwichtig was. Wel werd geoordeeld dat de bevoegdheid tot invordering van de dwangsom van €100.000,- is verjaard, waardoor het invorderingsbesluit van 27 januari 2022 werd vernietigd. Het college is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten die verband houden met het beroep tegen het invorderingsbesluit.
Uitkomst: De last onder dwangsom blijft van kracht, maar het besluit tot invordering van de dwangsom is vernietigd wegens verjaring.