ECLI:NL:RBROT:2024:10285
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Matiging invordering dwangsommen wegens drugsbezit vanwege financiële situatie
Eiser werd op 22 april 2023 een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 2:74 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening Dordrecht (APV) betreffende drugshandel op straat. Na twee nieuwe overtredingen op 13 en 21 juni 2023 besloot verweerder tot invordering van twee dwangsommen van elk €5.000. Eiser betwistte de overtredingen niet inhoudelijk, maar voerde aan dat de dwangsommen onevenredig hoog zijn en dat hij financieel niet in staat is deze te betalen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was tot invordering omdat de overtredingen aannemelijk waren gemaakt met bestuurlijke rapportages en politieverklaringen. De dwangsommen zijn niet punitief maar hebben een preventief karakter en zijn tijdig ingevorderd. Wel oordeelde de rechtbank dat eiser evident niet in staat is de volledige dwangsommen te betalen vanwege zijn financiële situatie, schulden, bijstandsuitkering en psychische problematiek.
Gezien deze bijzondere omstandigheden matigde de rechtbank de dwangsommen van in totaal €10.000 naar €2.000 (€1.000 per overtreding). Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser. De beroepen werden gegrond verklaard en de primaire besluiten herroepen.
Uitkomst: De rechtbank matigt de dwangsommen tot €1.000 per overtreding vanwege de financiële situatie van eiser en verklaart het beroep gegrond.