De zaak betreft een geschil tussen Dexia Nederland B.V. en twee gedaagden over effectenleaseovereenkomsten die in de periode 1997-2002 zijn gesloten. Dexia vordert dat de rechtbank verklaart dat zij aan al haar verplichtingen heeft voldaan, terwijl de gedaagden verweer voeren tegen deze vorderingen.
De rechtbank oordeelt dat de vorderingen van de gedaagden niet verjaard zijn, ondanks het verweer van Dexia. De rechtbank stelt vast dat Dexia haar zorgplicht, met name de waarschuwingsplicht, heeft geschonden, waardoor de gedaagden schade hebben geleden. Deze schade bestaat uit betaalde termijnen en restschuld, verminderd met genoten voordelen zoals dividenden en fiscaal voordeel.
Er is sprake van een onaanvaardbaar zware financiële last voor de gedaagden, wat leidt tot een verdeling van de resterende schade waarbij zij een derde deel zelf dragen. De rechtbank wijst de vordering van Dexia toe voor de overeenkomsten I t/m VIII en X, terwijl het beroep op vernietiging van overeenkomsten IX en X wordt verworpen wegens verjaring. De proceskosten worden gecompenseerd zodat elke partij haar eigen kosten draagt.