Eiseres, een alleenstaande moeder die sinds november 2024 wegens burn-out niet meer als zelfstandige in de zorg werkte, vroeg op 21 januari 2025 een bijstandsuitkering aan. Verweerder wees deze aanvraag af omdat niet kon worden vastgesteld dat zij onvoldoende middelen had om in haar levensonderhoud te voorzien.
De rechtbank oordeelt dat eiseres aanzienlijke contante stortingen, bijschrijvingen van derden en gokactiviteiten op haar bankrekening had, maar geen volledige overzichten van haar gokwinsten heeft verstrekt. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat haar inkomsten onder de bijstandsnorm lagen. Ook de stelling dat bijschrijvingen van derden leningen waren, kon niet worden onderbouwd.
De rechtbank benadrukt dat binnen de Participatiewet inkomsten uit gokken worden beschouwd als inkomen en dat alleen de winst telt, niet de inleg. Omdat eiseres geen bewijs leverde van haar daadwerkelijke winsten, kon verweerder niet vaststellen dat zij recht had op bijstand.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht de aanvraag heeft afgewezen en verklaart het beroep ongegrond. Eiseres kreeg later wel bijstand toegekend vanaf 10 april 2025, maar het geschil betrof de periode tot die datum.