ECLI:NL:RBROT:2025:4094
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kunstgebit wegens ontbreken zeer dringende redenen
Eiser heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van een kunstgebit, maar deze aanvraag werd door Stroomopwaarts afgewezen omdat de Zorgverzekeringswet (Zvw) een toereikende en passende voorliggende voorziening vormt. Eiser stelde dat er sprake was van zeer dringende redenen, omdat hij niet langer tandeloos wilde blijven en geen financiële middelen had om het kunstgebit zelf te betalen.
De rechtbank oordeelde dat eiser de beroepstermijn overschreden had, maar dat deze overschrijding verschoonbaar was vanwege persoonlijke omstandigheden. Vervolgens werd inhoudelijk beoordeeld of er sprake was van zeer dringende redenen in de zin van de Participatiewet (Pw). De rechtbank stelde dat een acute noodsituatie vereist is, waarbij het niet verlenen van bijstand tot ernstige gevolgen leidt, bijvoorbeeld levensbedreiging of blijvend ernstig letsel.
Eiser kon geen medische gegevens overleggen waaruit een dergelijke acute noodsituatie bleek. Het enkel overleggen van een begroting van de tandarts was onvoldoende. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en kreeg eiser geen bijzondere bijstand. Ook werd het griffierecht niet teruggegeven en werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor een kunstgebit wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van zeer dringende redenen.