ECLI:NL:RBROT:2025:627
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen last onder dwangsom voor illegale uitbouw restaurant
Eisers zijn eigenaar van een restaurant waar zij een uitbouw hebben gerealiseerd zonder de vereiste omgevingsvergunning, in strijd met het bestemmingsplan. Het college van burgemeester en wethouders van Maassluis legde hen een last onder dwangsom op om het bouwwerk te verwijderen. Eisers maakten bezwaar en stelden dat het bouwwerk geen gebouw is, dat er een eerdere vergunning was, en dat bijzondere omstandigheden zoals het vertrouwensbeginsel en precedentwerking handhaving zouden moeten verhinderen.
De rechtbank oordeelt dat het bouwwerk wel degelijk een gebouw is, omdat het een overdekte, omsloten ruimte vormt die hoger is dan de toegestane drie meter. De eerder verleende vergunning betrof een ander bouwwerk, namelijk een zonwering en erfafscheiding, en niet de huidige uitbouw. Er is geen concreet zicht op legalisatie omdat het college geen medewerking wil verlenen en het bouwwerk niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de vermeende toezeggingen van de burgemeester niet aannemelijk zijn en het verslag waarop eisers zich beroepen niet namens het college is opgesteld. Ook het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen omdat de vergelijkbare vergunning aan een andere horecaonderneming op een ander bestemmingsplan berust. De last onder dwangsom strekt niet verder dan noodzakelijk en eisers worden verplicht de overtreding ongedaan te maken. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en eisers moeten de uitbouw verwijderen.