ECLI:NL:RBROT:2026:1348
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank stelt nadere beslistermijn en beperkte dwangsom vast wegens niet tijdig beslissen door Dienst Toeslagen
De rechtbank Rotterdam behandelt het verzet van opposant tegen een eerdere uitspraak waarin het beroep wegens niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk werd verklaard. Opposant had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Dienst Toeslagen waarin werd vastgesteld dat hij geen recht had op vergoeding over meerdere toeslagjaren. De rechtbank stelt vast dat opposant over sommige jaren geen aanvraag heeft gedaan en dat alleen de aanvrager aanspraak kan maken op toeslag of compensatie.
De rechtbank oordeelt dat het eerdere standpunt dat geen beroep wegens niet tijdig beslissen mogelijk is na eerdere beslissingen over andere toeslagjaren, niet onverkort kan worden toegepast omdat dit de toegang tot de rechter zou ontzeggen. Het verzet wordt daarom gegrond verklaard en de eerdere uitspraak vernietigd.
De rechtbank stelt een nadere beslistermijn van 78 weken na het besluit van 22 januari 2025 vast, waarbinnen de Dienst Toeslagen moet beslissen. Bij overschrijding geldt een dwangsom van €10 per dag met een maximum van €1.500. Tevens wordt de Dienst Toeslagen veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter P. Vrolijk op 9 februari 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep wegens niet tijdig beslissen gegrond en stelt een nadere beslistermijn en beperkte dwangsom vast.