ECLI:NL:RBROT:2026:5111
Rechtbank Rotterdam
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens onvoldoende objectieve aanwijzingen
Eiseres heeft namens haar minderjarige zoon een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven naar aanleiding van een incident in een schoolbus waarbij haar zoon lichamelijk en geestelijk letsel zou hebben opgelopen door toedoen van een medescholier en een buschauffeur. De Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) wees de aanvraag af omdat onvoldoende objectieve aanwijzingen waren dat sprake was van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf.
Na bezwaar verklaarde de CSG het bezwaar ongegrond. Eiseres stelde dat de CSG onterecht te hoge bewijseisen hanteerde en dat haar verklaringen en medische informatie voldoende waren. De rechtbank oordeelde dat de CSG terecht een afweging maakte op basis van de Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven, waarin is bepaald dat een eigen verklaring onvoldoende is zonder objectieve aanwijzingen.
De rechtbank constateerde dat de aangifte strafrechtelijk was geseponeerd wegens onvoldoende bewijs en de jonge leeftijd van de medescholier. Er waren geen camerabeelden of getuigenverklaringen die de verklaring van eiseres ondersteunden. Medische informatie gaf geen uitsluitsel over de toedracht. Ook e-mailcorrespondentie met de school leverde geen duidelijkheid op. Snapchatberichten van de medescholier waren niet objectief te relateren aan het incident.
De rechtbank concludeerde dat de CSG de aanvraag terecht had afgewezen omdat de toedracht, aanleiding en omstandigheden onvoldoende duidelijk waren. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende objectieve aanwijzingen.