Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2026 op het verzet van
Dienst Toeslagen
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
€ 250 per dag, dit met een bijbehorend hoger maximum.
Rechtbank Rotterdam
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om het verzet van opposante tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin een nadere beslistermijn en een rechterlijke dwangsom van €50 per dag werden vastgesteld wegens het niet tijdig beslissen door de Dienst Toeslagen op bezwaar.
Opposante had meerdere keren beroep ingesteld wegens niet tijdig beslissen en klaagde over de lange beslistermijn en de relatief lage dwangsom, verwijzend naar uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die kortere termijnen en hogere dwangsommen voorschrijven. De rechtbank oordeelde dat het verzet feitelijk een verkapt hoger beroep betrof en dat de discretionaire bevoegdheid van de rechter om de dwangsom vast te stellen niet onjuist was toegepast.
De rechtbank betreurde de vertraging door een grote werkvoorraad, maar vond dat de gegeven beslistermijn en dwangsom in lijn waren met haar eigen vaste lijn en dat opposante vrij stond om opnieuw beroep in te stellen na afloop van de termijn. Nieuwe rechtspraak van de Afdeling werd niet meegenomen omdat deze niet tot twijfel over de eerdere uitspraak leidde.
Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het verzet ongegrond en handhaafde zij de eerdere uitspraak, waarbij tevens werd vastgesteld dat geen proceskostenveroordeling nodig was.
Uitkomst: Het verzet tegen de nadere beslistermijn en de hoogte van de rechterlijke dwangsom wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.