ECLI:NL:RBROT:2026:8304
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatieaanvraag op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), welke door de Dienst Toeslagen is afgewezen. Eiser stelde dat de Dienst Toeslagen vooringenomen had gehandeld en dat er fouten waren gemaakt bij de vaststelling van de kinderopvangtoeslag, onder meer door schending van artikel 19 Awir Pro en onjuiste uitbetaling aan de kinderopvanginstelling.
De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de Dienst Toeslagen niet vooringenomen heeft gehandeld. De schending van de termijn in artikel 19 Awir Pro is volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geen fatale termijn en leidt niet tot vooringenomenheid. Ook de uitbetaling aan de kinderopvanginstelling was bevoegd en rechtmatig.
Verder heeft eiser onvoldoende onderbouwd dat er sprake was van structurele sturing op verlaagde toekenning van toeslag en dat de stopzetting van de kinderopvangtoeslag niet door hem was gedaan. Het verzoek om aanvullende stukken werd deels gehonoreerd, maar leidde niet tot benadeling van eiser. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiser geen compensatie ontvangt en ook geen proceskostenvergoeding krijgt.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn compensatieaanvraag op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen wordt ongegrond verklaard.