ECLI:NL:RBROT:2026:8815
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete voor verkoop sigaretten aan minderjarige bevestigd, dwangsom wegens te late beslissing toegewezen
Eiseres kreeg een bestuurlijke boete van €1.360 opgelegd wegens verkoop van sigaretten aan een persoon van wie niet was vastgesteld dat hij meerderjarig was. De verkoop vond plaats aan een pseudokoper die 17 jaar bleek te zijn op basis van zijn identiteitsbewijs. Eiseres betwistte de boete onder meer met het argument dat zij de identiteit van de pseudokoper niet kende en dat sprake was van uitlokking.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht mocht afgaan op het relaas van de toezichthouder en dat de verkoopmedewerker terecht om het identiteitsbewijs had gevraagd. De omschrijving van de testkoper was voldoende objectief en er was geen sprake van verboden uitlokking. De boeteoplegging was daarmee terecht.
Wel stelde de rechtbank vast dat de minister niet tijdig op het bezwaar had beslist, waardoor een dwangsom was verbeurd. De minister had onterecht geen dwangsom toegekend en moest daarom een dwangsom van €1.442 aan eiseres betalen. Ook werd het griffierecht van €385 aan eiseres vergoed en werd de minister veroordeeld tot proceskosten van €907. Het beroep tegen de boete werd ongegrond verklaard, het beroep tegen de afwijzing van de dwangsom gegrond.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €1.360 wordt bevestigd, maar de minister moet een dwangsom van €1.442 betalen wegens niet tijdig beslissen op bezwaar.