ECLI:NL:RBSGR:2010:BN7698
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens ontbreken nieuw feit en kwade trouw
Eiser, enig aandeelhouder van een BV, ontving in december 1996 een bedrag van fl. 1.565.000 als liquidatie-uitkering. De Belastingdienst legde navorderingsaanslagen op voor 1996 en 1997, stellende dat de winstuitdeling in 1997 was genoten of dat sprake was van nieuw feit of kwade trouw.
De rechtbank oordeelt dat de winstuitdeling in 1996 heeft plaatsgevonden, gebaseerd op de feitelijke vermogensverschuiving en winstreserves in de BV. Verweerder kon redelijkerwijs bekend zijn met deze betaling, waardoor geen nieuw feit aanwezig is. Tevens is niet aannemelijk gemaakt dat eiser of zijn gemachtigde kwade trouw heeft gepleegd door onjuiste informatie te verstrekken.
De rechtbank vernietigt de navorderingsaanslag 1996 en vermindert de aanslag 1997 tot het aangegeven belastbare inkomen. Tevens veroordeelt zij verweerder tot vergoeding van proceskosten van € 1.610 en griffierecht van € 82. Het hoger beroep is mogelijk bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1996 wordt vernietigd en de aanslag 1997 verminderd vanwege ontbreken van nieuw feit en kwade trouw.