ECLI:NL:RBSGR:2010:BO4695
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Schukking
- H. Gorter
- K.J. Veenstra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding wegens duur asielprocedure en niet-overschrijding redelijke termijn
Eiser, afkomstig uit Turkije, diende in januari 2002 een asielaanvraag in. Na een langdurige procedure en een beroep tegen het niet tijdig beslissen, werd de aanvraag in april 2006 alsnog ingewilligd. Eiser vorderde vervolgens schadevergoeding wegens de lange duur van de procedure en de gevolgen daarvan, waaronder verblijf in vreemdelingenbewaring.
De rechtbank overweegt dat voor materiële schadevergoeding het relativiteitsvereiste geldt: de geschonden norm moet het belang van eiser beschermen. De Vreemdelingenwet beoogt het verlenen van verblijf, niet het beschermen van vermogensrechtelijke belangen, waardoor materiële schadevergoeding niet toekomt.
Voor immateriële schade toetst de rechtbank of de redelijke termijn is overschreden. Gelet op het beroep ingesteld op 24 september 2004 en de inwilliging op 10 april 2006, bedraagt de duur 1 jaar, 6 maanden en 17 dagen, wat binnen de redelijke termijn valt volgens vaste jurisprudentie.
De rechtbank concludeert dat het verzoek om schadevergoeding terecht is afgewezen en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om materiële en immateriële schadevergoeding wegens de duur van de asielprocedure wordt afgewezen.