ECLI:NL:RBSGR:2011:BR5001
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Obbink-Reijngoud
- T. van Rij
- S.K.A. Efstratiades
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over navorderingsaanslagen en boetes wegens verzwegen buitenlandse banktegoeden
De zaak betreft beroepen tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en vermogensbelasting over de jaren 1995 tot en met 2005, opgelegd in het kader van het project Bank Zonder Naam naar aanleiding van verzwegen buitenlandse banktegoeden bij bank [G]. De inspecteur legde aanslagen op met verhogingen en vergrijpboetes van 100%, waarbij eiser niet aan zijn inlichtingenverplichting voldeed.
De rechtbank oordeelt dat de navorderingsaanslagen over de jaren 1995, 2002 tot en met 2005 en vermogensbelasting 1996 terecht zijn opgelegd, maar vernietigt de aanslagen over de jaren 1996 tot en met 2001 (inkomstenbelasting) en 1997 tot en met 2000 (vermogensbelasting) wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank bevestigt de omkering van de bewijslast en acht de schatting van de fiscus redelijk. De verhogingen en boetes worden gematigd vanwege de termijnoverschrijding.
Verder wordt geoordeeld dat de gegevens uit de gestolen fotokopieën van bankgegevens als bewijs mogen worden gebruikt, ondanks betwisting door eiser. De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt navorderingsaanslagen en boetes over bepaalde jaren wegens termijnoverschrijding en bevestigt overige aanslagen; boetes worden gematigd.