ECLI:NL:RBSGR:2011:BR5014
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Obbink-Reijngoud
- T. van Rij
- S.K.A. Efstratiades
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen en boetes wegens verzwegen buitenlandse banktegoeden
De zaak betreft navorderingsaanslagen en boetes die de Belastingdienst heeft opgelegd aan eiser vanwege het niet opgeven van buitenlandse banktegoeden bij bank [G]. Deze aanslagen beslaan de jaren 1995 tot en met 2005 en betreffen zowel inkomstenbelasting als vermogensbelasting.
Eiser heeft de aanslagen aangevochten met het verweer dat de aanslagen niet met de vereiste voortvarendheid zijn opgelegd en dat de gegevens onrechtmatig zijn verkregen. De rechtbank oordeelt dat de Belastingdienst terecht gebruik heeft gemaakt van de verlengde navorderingstermijn en dat de gegevens uit de renseignementen als bewijs mogen worden gebruikt. De rechtbank wijst het verweer van eiser dat de gegevens onrechtmatig zijn verkregen af, mede omdat de Richtlijn 77/799/EEG niet van toepassing is op de door België aan Nederland verstrekte gegevens.
De rechtbank stelt vast dat eiser zijn inlichtingenverplichting niet is nagekomen, waardoor de bewijslast is omgekeerd. De schatting van de Belastingdienst wordt als redelijk beoordeeld. Wel matigt de rechtbank de boetes vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De beroepen worden deels gegrond verklaard, met name voor de jaren 2001 tot en met 2005, waarbij de aanslagen en boetes worden verminderd. Tevens worden proceskosten aan eiser toegekend.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen en boetes worden bevestigd, met matiging van boetes wegens overschrijding redelijke termijn en gedeeltelijke toewijzing van beroep voor jaren 2001-2005.