ECLI:NL:RBSGR:2012:BY1647
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling alleenstaande ouderkorting, dwangsom en immateriële schade in inkomstenbelastingzaak
Eiser kreeg voor het jaar 2005 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd die hoger was dan zijn aangifte. Na bezwaar werd het verzamelinkomen conform de aangifte vastgesteld. Eiser vorderde in beroep de alleenstaande ouderkorting, stelde dat het hoorrecht was geschonden en dat verweerder een dwangsom had verbeurd wegens niet tijdig uitspraak op bezwaar. Tevens vorderde hij vergoeding van immateriële schade.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen recht had op de alleenstaande ouderkorting omdat zijn zoon niet op hetzelfde adres stond ingeschreven en hij onvoldoende bewijs leverde dat hij de zoon in belangrijke mate verzorgde. Het hoorrecht was niet geschonden, aangezien eiser meerdere malen gelegenheid kreeg zich mondeling uit te spreken en zijn verzoek tot uitstel van de hoorzitting wegens drukte werd afgewezen.
De dwangsom werd afgewezen omdat de wettelijke regeling toen nog niet van kracht was bij het indienen van het bezwaar. Wel werd vastgesteld dat de behandeling van het bezwaar ruim drie jaar te lang duurde, waarvan een jaar en vier maanden aan verweerder toe te rekenen was. Daarom werd verweerder veroordeeld tot betaling van €1.500 aan immateriële schadevergoeding. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep ongegrond, geen alleenstaande ouderkorting, geen dwangsom, maar vergoeding immateriële schade van €1.500 toegekend.