ECLI:NL:RBSGR:2012:BY8853
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen en boetes in project Bank Zonder Naam
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde meerdere beroepen tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en vermogensbelasting opgelegd in het kader van het project Bank Zonder Naam, waarbij rekeninghouders van een Luxemburgse bank werden geïdentificeerd aan de hand van gegevens die via België aan Nederland waren verstrekt.
De rechtbank oordeelde dat eiser rekeninghouder was van een bankrekening bij Van Lanschot Bankiers Luxemburg en dat de navorderingsaanslagen terecht waren opgelegd. De bewijslast werd omgekeerd wegens het niet doen van vereiste aangiften en het niet voldoen aan de inlichtingenplicht. De schatting van de belastingdienst werd als redelijk beoordeeld. Tevens werd geoordeeld dat de navorderingsaanslagen met toepassing van de verlengde navorderingstermijn voldoende voortvarend waren opgelegd.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de navorderingsaanslagen over 2001-2005 en de aanslag over 2006 gegrond vanwege onjuiste toerekening van inkomensbestanddelen aan de echtgenote. Ook werden de vergrijpboetes en heffingsrente over deze jaren verminderd. Verder werd een immateriële schadevergoeding van € 500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn. De proceskosten werden aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen en boetes zijn grotendeels terecht opgelegd, met verminderingen voor toerekening aan echtgenote en overschrijding redelijke termijn; immateriële schadevergoeding en proceskosten worden toegekend.