ECLI:NL:RBSGR:2012:BY8904
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen en boetes in project Bank Zonder Naam
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 29 november 2012 uitspraak gedaan in een zaak over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en vermogensbelasting over de jaren 1995 tot en met 2004, opgelegd in het kader van het project Bank Zonder Naam.
De inspecteur had navorderingsaanslagen opgelegd omdat eiser rekeninghouder was van een bankrekening bij Van Lanschot Bankiers Luxemburg, die niet was opgegeven in de belastingaangiften. Eiser had dit ontkend, maar de rechtbank achtte de gegevens uit de renseignementen betrouwbaar en aannemelijk dat eiser houder was van de betreffende rekening. De bewijslast werd omgekeerd, en de schatting van de inspecteur werd als redelijk beoordeeld.
Eiser stelde dat de navorderingsaanslagen onterecht waren, dat de verlengde navorderingstermijn niet correct was toegepast, dat de redelijke termijn was overschreden en dat het bewijs onrechtmatig was verkregen. De rechtbank verwierp deze bezwaren, oordeelde dat de navorderingsaanslagen met voldoende voortvarendheid waren opgelegd, dat de redelijke termijn niet was overschreden en dat het gebruik van de renseignementen als bewijs toelaatbaar was.
De rechtbank vernietigde de verhogingen over 1995 en 1996 wegens verjaring, maar verklaarde de overige beroepen ongegrond. Tevens werden proceskosten aan eiser toegekend.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen en boetes zijn terecht opgelegd, behalve de verhogingen over 1995 en 1996 die worden vernietigd wegens verjaring.