ECLI:NL:RBSGR:2012:BY9884
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A. Dirks
- T. van Rij
- I. Obbink-Reijngoud
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen en vergrijpboetes wegens verzwegen buitenlandse bankrekening in Bank Zonder Naam-project
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de rechtmatigheid van navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) en de daarbij opgelegde vergrijpboetes centraal. Eiser wordt verweten inkomsten uit een buitenlandse bankrekening bij Van Lanschot Bankiers Luxemburg (VLB) niet te hebben aangegeven. De aanslagen zijn opgelegd na onderzoek in het kader van het project Bank Zonder Naam, waarbij gegevens uit gestolen fotokopieën van buitenlandse bankrekeningen zijn gebruikt.
De rechtbank oordeelt dat de navorderingsaanslagen terecht en tijdig zijn opgelegd. De schatting van de verzwegen inkomsten is redelijk en niet willekeurig, mede omdat eiser geen openheid van zaken heeft gegeven. Wel is erkend dat verweerder aanvankelijk een te hoge correctie toepaste, welke later is verminderd. De vergrijpboetes zijn passend en geboden geacht, maar deels gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
Verder is vastgesteld dat verweerder alle relevante stukken heeft ingebracht en dat het gebruik van de renseignementen als bewijsmiddel toelaatbaar is. De rechtbank veroordeelt verweerder tot het betalen van een schadevergoeding van € 500 aan eiser wegens overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar en draagt verweerder op het teveel betaalde griffierecht terug te betalen. De beroepen tegen de aanslagen en heffingsrente worden ongegrond verklaard, tegen de boetes deels gegrond.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen en heffingsrente terecht, vergrijpboetes deels gematigd en schadevergoeding toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.