ECLI:NL:RBUTR:2011:BP0917
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K.S. Smits
- M. ter Brugge
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag maatschappelijke opvang voor vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
Eiser, een alleenstaande vader zonder rechtmatig verblijf in Nederland, verzocht om maatschappelijke opvang voor zichzelf en zijn minderjarige kinderen. Verweerder wees de aanvraag af op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) omdat eiser en zijn kinderen niet voldeden aan de vereisten van rechtmatig verblijf. Eiser voerde aan dat op grond van artikel 8 EVRM Pro, dat het recht op privé- en gezinsleven beschermt, en het Europees Sociaal Handvest (ESH), hem en zijn kinderen opvang moest worden geboden vanwege hun kwetsbare positie en medische klachten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat eiser onvoldoende recente medische gegevens had overgelegd om te bewijzen dat hij of zijn kinderen tot de kwetsbare categorie behoren die bijzondere bescherming verdient onder artikel 8 EVRM Pro. Daarnaast werd gewezen op de jurisprudentie dat de positieve verplichting van de Staat om opvang te bieden primair rust op het bestuursorgaan dat de wettelijk geregelde voorzieningen uitvoert, in dit geval het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). Eiser had een opvangverzoek bij het COA ingediend dat was afgewezen en daartegen geen rechtsmiddelen aangewend.
De rechtbank stelde vast dat er geen gezagsvoorziening of voorziening betreffende de gewone verblijfplaats van de kinderen was getroffen en dat verblijf en verzorging door de moeder mogelijk waren. De rechtbank concludeerde dat er op dit moment een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat en dat de aanvraag van eiser terecht was afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor maatschappelijke opvang.