ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5014
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. de Werd
- J.W.J. Huige
- D. Hund
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid informatiebeschikking inzake navorderingsaanslagen en informatieplicht belastingplichtige
De inspecteur legde aan belanghebbende een informatiebeschikking op op grond van artikel 52a AWR wegens het niet voldoen aan de informatieverplichtingen uit artikel 47 en Pro 49 AWR met betrekking tot een Liechtensteinse Stiftung. Belanghebbende verweerde zich onder meer met een beroep op het nemo tenetur-beginsel en stelde dat hij niet over de gevraagde stukken beschikte.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende niet aan zijn informatieplicht had voldaan, mede omdat de verklaring dat opvolger B de informatie niet wilde verstrekken ongeloofwaardig was. Het beroep op het nemo tenetur-beginsel werd verworpen omdat het gevraagde bewijs niet afhankelijk is van de wil van belanghebbende.
De informatiebeschikking werd vernietigd voor de navorderingsaanslagen van 1998 en 1999 omdat deze vóór de inwerkingtreding van artikel 52a AWR waren vastgesteld. Voor de jaren 1999 tot en met 2005 en 2000 werd de beschikking terecht vastgesteld. Belanghebbende kreeg een termijn van zes weken om alsnog de gevraagde informatie te verstrekken. Een verzoek om immateriële schadevergoeding werd afgewezen vanwege tijdige uitspraak binnen de redelijke termijn.
De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 2 januari 2013.
Uitkomst: De informatiebeschikking is vernietigd voor navorderingsaanslagen 1998 en 1999, maar voor latere jaren terecht vastgesteld met een termijn van zes weken voor het alsnog verstrekken van informatie.