ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ6286
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over navorderingsaanslagen en boetes wegens niet aangegeven buitenlandse bankrekening
Belanghebbende en zijn echtgenote werden geïdentificeerd als rekeninghouders van een buitenlandse bankrekening bij Van Lanschot Bankiers Luxembourg, op basis van door Belgische autoriteiten verkregen en aan de Nederlandse Belastingdienst verstrekte renseignementen. Deze gegevens werden als rechtmatig en authentiek beoordeeld, ondanks betwisting door belanghebbende.
De inspecteur legde navorderingsaanslagen en boetes op voor de jaren 2001 tot en met 2005 wegens het niet aangeven van buitenlandse tegoeden. De rechtbank oordeelde dat de navorderingsaanslag over 2001 niet voortvarend genoeg was opgelegd en vernietigde deze, terwijl de aanslagen over 2002 tot en met 2005 tijdig waren. De boetes voor de jaren 2002 tot en met 2005 werden bevestigd maar met 20% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank achtte de methode van de inspecteur voor het schatten van het vermogen en de inkomsten redelijk en vond dat de bewijslast terecht was omgekeerd en verzwaard, omdat belanghebbende niet aan zijn informatieplicht voldeed. De heffingsrente werd als juist berekend beoordeeld. Tevens werd het verzoek om vergoeding van immateriële schade toegewezen en het onderzoek heropend voor nadere uitspraak hierover.
Tot slot werd de inspecteur niet veroordeeld in proceskosten vanwege samenhang met andere zaken waarin reeds proceskostenveroordelingen waren uitgesproken.
Uitkomst: Navorderingsaanslag 2001 vernietigd, boetes 2002-2005 verminderd met 20%, overige aanslagen en boetes bevestigd.