ECLI:NL:RBZWB:2013:CA3575
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over navorderingsaanslagen en boetes wegens niet aangegeven buitenlandse banktegoeden
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 22 april 2013 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende navorderingsaanslagen en boetes die de inspecteur van de Belastingdienst had opgelegd aan belanghebbenden wegens het niet aangeven van buitenlandse banktegoeden bij de Kredietbank Luxembourg (KB Lux).
De zaak betrof meerdere jaren en aanslagen IB/PVV en VB, waarbij de inspecteur gebruikmaakte van renseignementen van de Belgische belastingdienst. Belanghebbenden voerden aan dat deze informatie onrechtmatig was verkregen en dat de aanslagen niet voortvarend waren opgelegd. De rechtbank oordeelde dat de informatie rechtmatig was verkregen en dat de inspecteur deze mocht gebruiken. Wel werden enkele navorderingsaanslagen vernietigd wegens onvoldoende voortvarendheid bij het opleggen.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbenden op 31 januari 1994 rekeninghouder waren van rekeningen bij KB Lux en dat zij vermogen en inkomsten uit deze rekeningen niet hadden aangegeven. De boetes van 100% wegens opzettelijk niet aangeven werden passend geacht. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar kende de rechtbank aan elk van belanghebbenden een immateriële schadevergoeding van € 9.500 toe.
Daarnaast werden enkele informatiebeschikkingen vernietigd en werd belanghebbenden een termijn gegeven om alsnog gevraagde informatie te verstrekken. Proceskosten werden deels toegewezen aan belanghebbenden. De rechtbank handhaafde verder de meeste navorderingsaanslagen en boetes, met enkele verminderingen wegens overnamefouten en toerekening van vermogen aan de echtgenoot.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt enkele navorderingsaanslagen wegens onvoldoende voortvarendheid, vermindert andere aanslagen, handhaaft boetes wegens opzettelijke niet-opgave, en kent immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.