Belanghebbende, eigenaar van een geïmporteerde Volkswagen Passat, diende aangifte BPM in op basis van een eigen taxatierapport met een handelsinkoopwaarde van €6.071. De inspecteur verzocht om een onafhankelijk taxatierapport en legde vervolgens een naheffingsaanslag op van €2.303, gebaseerd op een hogere handelsinkoopwaarde zonder waardevermindering.
Belanghebbende maakte bezwaar en voerde aan dat zij niet in de gelegenheid was gesteld haar opmerkingen kenbaar te maken voorafgaand aan de naheffingsaanslag, wat een schending van het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel inhoudt. De rechtbank oordeelt dat dit beginsel van toepassing is omdat het gaat om import uit een andere EU-lidstaat en dat belanghebbende niet ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van haar verdedigingsrecht.
De rechtbank stelt vast dat zonder deze schending de besluitvorming mogelijk een andere uitkomst had gehad, mede gezien het latere standpunt van de inspecteur om de aanslag te verlagen. Gezien het geschil zich richt op één component, de handelsinkoopwaarde, acht de rechtbank volledige vernietiging van de naheffingsaanslag passend. Tevens veroordeelt zij de inspecteur tot vergoeding van proceskosten.