ECLI:NL:RBZWB:2023:103
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering horecaexploitatievergunning en handhaving last onder bestuursdwang
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een horecaexploitatievergunning en tegen het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang tot sluiting van zijn horecagelegenheid. De burgemeester had de vergunning geweigerd vanwege vermeend slecht levensgedrag van eiser en een last onder bestuursdwang opgelegd wegens exploitatie zonder vergunning en strijdig gebruik met het bestemmingsplan.
De rechtbank oordeelt dat de motivering van de burgemeester voor de weigering van de vergunning onvoldoende is. De burgemeester heeft niet concreet toegelicht waarom de antecedenten van eiser relevant zijn voor de exploitatie, waarom eiser vooraf had kunnen weten dat hij niet aan de voorwaarden voldeed en waarom de feiten ondanks het tijdsverloop nog relevant zijn. Daarom wordt het besluit tot weigering van de vergunning vernietigd en primair besluit I herroepen.
Ten aanzien van de last onder bestuursdwang oordeelt de rechtbank dat eiser zonder vergunning is blijven exploiteren, dat dit in strijd is met de APV en het bestemmingsplan, en dat het college en de burgemeester bevoegd waren tot handhaving. De rechtbank vindt de opgelegde last onder bestuursdwang een geschikt, noodzakelijk en evenwichtig middel en verklaart het beroep hiertegen ongegrond.
De burgemeester wordt opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen over de vergunningaanvraag met inachtneming van deze uitspraak. Tevens moet de burgemeester het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiser vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de weigering van de horecaexploitatievergunning en handhaaft de last onder bestuursdwang.