Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Inleiding
2.Feiten
- 9 CMR-documenten met daarop telkens belanghebbende als afzender en [B.V. 2] als geadresseerde;
- 10 documenten ‘Bestätigung der innergeminschaftlichen Lieferung’ met telkens een handtekening en stempel van [B.V. 2] als klant;
- Diverse ontvangstbewijzen en bewijzen van aflevering van UPS.
4.1 Intracommunautaire leveringen horloges
4.2 Inkopen auto's van [B.V. 3]
4.3 Inkoopfactuur [B.V. 11]
- De auto stond te koop bij [X 2];
- [B.V. 10] (hr [naam 3]) wilde deze auto kopen;
- Het gaat om een exclusieve auto, een [automerk];
- [gemachtigde] had deze auto bij [X 2] gereserveerd omdat [Y] een klant
- voor deze auto zou hebben;
- [Y] dacht dat hun klant nu rechtstreeks bij [X 2] stond;
- [gemachtigde] had bij [Y] contact met [naam 4] en "[naam 5]";
- [gemachtigde] heeft aan [B.V. 10] (hr [naam 3]) een commissie voor deze auto kunnen factureren van € 40.000 BTW € 8.400 = €48.400;
- [gemachtigde] kreeg de genoemde factuur van [Y] ad € 33.500 BTW € 7.035 = € 40.535;
- Dit betreft de onderneming [B.V. 12] [adres 4], handelsnaam [X 2];
- [gemachtigde] heeft via [B.V. 2] diverse transacties met deze onderneming gedaan;
- [X 2] heeft een [automerk] verkocht aan [B.V. 10];
- Uit de administratie van [X 2] blijkt een reservering door [gemachtigde] ;
- Uit de administratie van [X 2] blijkt géén reservering door [Y];
- Uit de administratie van [X 2] blijkt dat koper [naam 3] en [gemachtigde] akkoord zijn over een commissie aan [gemachtigde] ;
- De [automerk] betreft een zeer exclusieve auto met een waarde medio 2016 van ongeveer € 1.000.000 exclusief BTW en BPM;
In bijlage de inkoop en verkoopfactuur van de betreffende [automerk].
De vergrijpboete is gebaseerd op artikel 67f van de AWR en de paragrafen 25 en 28 van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998 (hierna BBBB).
Vraag verbalisanten:
Uit diverse bevindingen blijkt dat [gemachtigde] de bedrijfsgegevens van " [B.V. 3] " gebruikte in de vorm van aan- en verkoopfacturen op deze naam. De aangifte van identiteitsfraude door [eigenaar] zou op dit misbruik kunnen duiden.
Verklaring [eigenaar] (directeur-enig aandeelhouder van belastingplichtige)
3.Beoordeling door de rechtbank
V) Heeft belanghebbende recht op een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn?