ECLI:NL:RBDHA:2020:12130
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking Nederlanderschap en ongewenstverklaring wegens aansluiting bij terroristische organisatie
Eiseres, geboren in 1995 en met de Nederlandse nationaliteit verkregen via haar ouders, werd op 30 oktober 2019 het Nederlanderschap ontnomen en tot ongewenst vreemdeling verklaard vanwege haar aansluiting bij ISIS en een gevaar voor de nationale veiligheid. Dit besluit was gebaseerd op een ambtsbericht van de AIVD waarin haar verblijf in Syrië, huwelijk met een ISIS-strijder, en pro-ISIS uitingen werden beschreven.
Eiseres betwistte de feiten uit het ambtsbericht, waaronder haar aansluiting bij ISIS en het verspreiden van pro-ISIS uitlatingen, en stelde dat zij niet vrijelijk over haar telefoon beschikte. De rechtbank concludeerde echter dat het ambtsbericht voldoende feitelijke en concrete informatie bevatte die niet overtuigend werd weerlegd. De rechtbank wees verzoeken om getuigen te horen af en oordeelde dat de intrekking van het Nederlanderschap en de ongewenstverklaring noodzakelijk en proportioneel zijn ter bescherming van de nationale veiligheid.
De rechtbank verwierp ook het betoog dat de intrekking onrechtmatig was omdat eiseres zich op Nederlands grondgebied bevond of dat de strafrechtelijke procedure eerst had moeten worden afgewacht. De procedure werd als zorgvuldig beoordeeld, met voldoende gelegenheid voor hoor en wederhoor. Ook werd geoordeeld dat de belangen van de minderjarige kinderen van eiseres in Nederland zijn gewaarborgd en dat de ongewenstverklaring gerechtvaardigd is.
De beroepen werden ongegrond verklaard en de rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris op goede gronden en binnen zijn bevoegdheid heeft gehandeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de intrekking van het Nederlanderschap en de ongewenstverklaring wegens aansluiting bij ISIS en gevaar voor de nationale veiligheid.