Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
ne bis in idem-beginsel en het legaliteitsbeginsel.
ne bis in idem-beginsel. Dit beginsel houdt in dat iemand niet tweemaal voor hetzelfde feit mag worden gestraft. Eiseres is al door de strafrechter veroordeeld en bestraft met een vrijheidsbenemende straf, maar ook de maatregel van het intrekken van het Nederlanderschap is volgens haar bestraffend van aard. Het is namelijk een reactieve maatregel die vergeleken kan worden met de oude straf van verbanning en de bestaande straf van ontzegging van het kiesrecht.
in concretowel heeft met Nederland, met het tijdsverloop tussen de naturalisatie en het intrekkingsbesluit, en met de beperking van Unierechtelijke grondrechten. Hierbij wijst eiseres op de arresten van het HvJ EU in de zaken Rottman (2 maart 2010, ECLI:EU:C:2010:104) en Tjebbes (12 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:189). Daarbij komt volgens eiseres dat uit de parlementaire geschiedenis van de RWN volgt dat de wetgever niet alleen de verbreking van de band met Nederland van belang acht, maar ook de vraag in hoeverre de betrokkene een actuele bedreiging is voor de nationale veiligheid. In het bestreden besluit is deze vraag echter niet beoordeeld. Ook stelt eiseres dat het bestreden besluit niet doeltreffend is, omdat bij monopatride Nederlanders die terroristische misdrijven plegen andere middelen kennelijk volstaan en omdat het zich niet kunnen manifesteren als Nederlander ook met andere maatregelen, zoals uitsluiting van het kiesrecht, kan worden bereikt. Verder volgt uit het rapport ‘Vervolgonderzoek naar de terroristenafdelingen in Nederland’ van de Inspectie Justitie en Veiligheid van [datum 1] 2022 dat intrekking van het Nederlanderschap niet bijdraagt aan de bescherming van de nationale veiligheid. Hierbij speelt mee dat ongedocumenteerde personen met de Marokkaanse nationaliteit, zoals eiseres, moeilijk uitzetbaar zijn.
ne bis in idem-beginsel.
ex nuncgetoetst moet worden. Hierbij verwijst eiseres naar het arrest van het HvJ EU in de zaak S, E en C (9 februari 2023, ECLI:EU:C:2023:77) en naar de uitspraak van de Afdeling van 10 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:35.
ex tuncmoet toetsen. Verder is hij bij zijn standpunten gebleven.
ex tunctoetst, dat wil zeggen: naar de feiten zoals die waren op het moment van het bestreden besluit. Er zijn uitzonderingen op deze hoofdregel, maar die doen zich in denaturalisatiezaken zoals deze niet voor. Het door eiseres aangehaalde S, E en C-arrest van het HvJ EU maakt dit niet anders, omdat dit arrest gaat over het associatierecht met Turkije. Het door eiseres tijdens de zitting aangehaalde Kumari-arrest van het EHRM (19 november 2024, 44051/20) maakt dit evenmin anders, omdat dit arrest gaat over gezinshereniging. De rechtbank moet dan ook toetsen of verweerder het bestreden besluit gelet op de feiten zoals die toen waren terecht heeft genomen.
ne bis in idem-beginsel en de Unierechtelijke vereisten van evenredigheid en doeltreffendheid. Dit laat echter onverlet dat de rechtbank moet beoordelen of eiseres argumenten naar voren heeft gebracht die leiden tot twijfel aan deze uitspraken.
ne bis in idem-beginsel.