ECLI:NL:RBZWB:2023:8810
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing teruggaafverzoeken dividendbelasting buitenlandse beleggingsfondsen
In deze massale bestuursrechtelijke zaken zijn diverse buitenlandse beleggingsfondsen (eiseressen) in beroep gegaan tegen de afwijzing van verzoeken om teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting. De procedures betreffen uiteenlopende boekjaren en zijn gebundeld in één uitspraak vanwege de gemeenschappelijke rechtsvragen.
De rechtbank overweegt dat de Hoge Raad in zijn arrest van 23 oktober 2020 heeft vastgesteld dat buitenlandse beleggingsfondsen die voldoen aan de voorwaarden van het Nederlandse fiscale beleggingsinstelling (fbi)-regime slechts recht op teruggaaf kunnen krijgen indien zij instemmen met een vervangende betaling. De fondsen hebben echter niet ingestemd met een dergelijke betaling, waardoor geen recht op teruggaaf bestaat.
Verder oordeelt de rechtbank dat de teruggaafverzoeken die onder het regime van de afdrachtvermindering vallen, terecht zijn afgewezen. De Hoge Raad heeft bepaald dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd door het niet toekennen van tegemoetkomingen aan buitenlandse beleggingsinstellingen in dit kader.
De rechtbank verwerpt ook het standpunt van eiseressen dat sprake zou zijn van verboden staatssteun aan binnenlandse fbi’s, omdat er geen vergelijkbare groep is die wordt bevoordeeld. Ten slotte verklaart de rechtbank de beroepen ongegrond en wijst zij een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de beroepen van buitenlandse beleggingsfondsen tegen de afwijzing van teruggaaf van dividendbelasting ongegrond.