Eiser heeft beroep ingesteld tegen de Belastingdienst/Toeslagen omdat deze niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn van negen weken heeft beslist op zijn bezwaarschrift. De rechtbank bevestigt dat verweerder niet tijdig heeft beslist en verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond.
De rechtbank legt op grond van artikel 8:55d Awb een dwangsom op van €250 per dag met een maximum van €37.500, conform het landelijke beleid. Verweerder had verzocht om een lagere dwangsom vanwege capaciteitsproblemen, maar dit verzoek wordt afgewezen omdat het niet aan de rechtbank is om structurele oplossingen te bieden.
Daarnaast wordt verweerder opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen op alle bezwaarschriften van eiser. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot betaling van het griffierecht en een proceskostenvergoeding van €437,50 aan eiser. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 14 maart 2024.