Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaarschrift tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag over 2008 en 2009. De rechtbank verwijst naar haar eerdere uitspraak van 18 augustus 2023 waarin verweerder werd opgedragen binnen vijf weken te beslissen. Omdat verweerder niet binnen deze termijn heeft beslist, is het beroep ontvankelijk en gegrond verklaard.
De rechtbank legt verweerder op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen, conform artikel 8:55d van de Awb. Tevens wordt een dwangsom van €250 per dag met een maximum van €37.500 opgelegd vanwege het niet tijdig beslissen. Verweerder had verzocht om een lagere dwangsom, maar dit verzoek is afgewezen omdat capaciteitsproblemen geen grond vormen voor verlaging.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht en een proceskostenvergoeding van €437,50 aan eiseres. De rechtbank wijst een verzoek tot vergoeding van werkelijke proceskosten af wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden. Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen alsnog binnen de gestelde termijn te beslissen.