Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[v.o.f.] ,
1.De procedure
- het op 19 maart 2024 ter griffie ontvangen verzoekschrift met producties;
- het op 8 mei 2024 ter griffie ontvangen verweerschrift, inhoudende een zelfstandig tegenverzoek, met producties;
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 17 mei 2024;
- de ter mondelinge behandeling overgelegde pleitnotities van de VOF.
2.De feiten
- de VOF exploiteert een wellness centrum;
“(…) 8/ Gedurende verblijf in de ziektewet is de werknemer, behoudens een ziek te bed periode, gehouden om op verzoek van de werkgever op het werkadres te komen. Dit o.m. om de mate van belastbaarheid en de mogelijkheden voor het onderhouden en/of verbeteren hiervan gezamenlijk te bespreken en zo mogelijk een re-integratie plan overeen te komen. Bij verschil van mening, over noodzakelijk geachte inspanningen om achteruitgang (onbruik syndroom, met dominantie van katabolisme ofwel weefselverval) te voorkomen, staat het elk der partijen vrij om een second opinion aan te vragen bij de bedrijfsarts van de betrokken uitkeringsinstantie. (…)”In de arbeidsovereenkomst is verder opgenomen dat bij ziekmelding de eerste twee ziektedagen gelden als wachtdagen waarover geen loon wordt betaald en dat daarna 70% van het loon wordt doorbetaald;
3.Het geschil
4.De beoordeling
Zinzia)). Ook met de gevolgen van het ontslag kan rekening worden gehouden, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het verwijt dat de werkgever kan worden gemaakt. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever.
€ 135,00(+ eventuele betekeningskosten);