ECLI:NL:RBZWB:2024:7799
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken tot teruggaaf dividendbelasting buitenlandse beleggingsinstelling
Belanghebbende, een buitenlands beleggingsfonds, heeft beroepschriften ingediend tegen de afwijzing van verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de jaren 2018 en 2019. De rechtbank heeft de zitting achterwege gelaten omdat partijen geen gebruik wilden maken van het recht op mondelinge behandeling.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht geen teruggaaf heeft verleend. Dit volgt uit de jurisprudentie van de Hoge Raad, die heeft geoordeeld dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd doordat buiten Nederland gevestigde beleggingsinstellingen niet in aanmerking komen voor de afdrachtvermindering, aangezien zij niet inhoudingsplichtig zijn voor dividendbelasting in Nederland.
Belanghebbende heeft aangevoerd dat sprake is van een ongerechtvaardigde belemmering en verboden staatssteun, maar de rechtbank wijst dit af. De rechtbank overweegt dat het fbi-regime niet selectief is en dat uitvoering van rechtspraak niet als staatssteun kan worden aangemerkt. Ook prejudiciële vragen worden niet gesteld.
De beroepen worden ongegrond verklaard, belanghebbende krijgt geen teruggaaf, geen rentevergoeding en geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen op 14 november 2024.
Uitkomst: De beroepen van belanghebbende worden ongegrond verklaard en de verzoeken tot teruggaaf dividendbelasting worden afgewezen.