Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar door de Dienst Toeslagen. De rechtbank bevestigt dat verweerder niet binnen de door haarzelf gestelde termijn heeft beslist, ondanks eerdere aanwijzingen.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke en door haarzelf vastgestelde beslistermijnen zijn overschreden en legt een nadere beslistermijn van twee weken op, omdat de termijn van zestig weken reeds was verstreken. Tevens wordt een dwangsom van €250 per dag met een maximum van €37.500 opgelegd.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt op 10 december 2024.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin de lijn is uitgezet voor de behandeling van dergelijke zaken binnen de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).