ECLI:NL:RBZWB:2025:1193
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing teruggaafverzoek dividendbelasting buitenlandse beleggingsinstelling
Belanghebbende, een buitenlandse entiteit uit Luxemburg, verzocht om teruggaaf van dividendbelasting over 2019. De inspecteur wees dit verzoek af, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
De rechtbank behandelde het beroep zonder zitting, omdat partijen geen gebruik maakten van het recht op mondelinge behandeling. De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende, gelet op het Unierecht en het fiscale beleggingsinstellingenregime (fbi), recht had op teruggaaf.
De rechtbank oordeelde dat het teruggaafverzoek terecht was afgewezen. De Hoge Raad heeft immers bepaald dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd door het feit dat buitenlandse beleggingsinstellingen niet in aanmerking komen voor afdrachtvermindering. Belanghebbendes argumenten, waaronder verwijzingen naar het arrest L-Fundis en vermeende verboden staatssteun, werden verworpen.
De rechtbank benadrukte dat zelfs bij een hypothetische belemmering het voorgeschreven rechtsherstel via een vervangende betaling zou plaatsvinden, waardoor geen teruggaaf mogelijk is. Ook werd geoordeeld dat de uitvoering van rechtspraak geen staatssteun vormt.
Het beroep werd ongegrond verklaard, met als gevolg dat belanghebbende geen recht heeft op teruggaaf, rentevergoeding, griffierechtteruggave of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de afwijzing van teruggaaf dividendbelasting 2019 wordt ongegrond verklaard.