Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar door de Dienst Toeslagen, nadat de rechtbank in april 2024 een termijn had gesteld waarbinnen een besluit moest worden genomen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, omdat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft beslist. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van twee weken op, conform artikel 8:55d Awb, en wijst een dwangsom toe van €250 per dag met een maximum van €37.500.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en een proceskostenvergoeding van €453,50 aan eiseres, waarbij geen aanleiding is om af te wijken van de forfaitaire regeling in het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin een termijn van zestig weken na ontvangst van het bezwaar wordt gehanteerd, maar stelt vast dat deze termijn in dit geval al was verstreken, waardoor de kortere termijn geldt.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 10 januari 2025.