ECLI:NL:RBZWB:2025:3674
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing teruggaafverzoek dividendbelasting buitenlands fonds op grond van Unierecht en nationale regelgeving
Belanghebbende, een buitenlands fonds, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van een verzoek tot teruggaaf van dividendbelasting over 2020. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht geen teruggaaf heeft verleend, mede gelet op het overgangsrecht en de jurisprudentie van de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft bepaald dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd doordat buitenlandse beleggingsinstellingen niet in aanmerking komen voor afdrachtvermindering, omdat zij niet inhoudingsplichtig zijn. De rechtbank ziet geen aanleiding om hiervan af te wijken of prejudiciële vragen te stellen.
Zelfs indien sprake zou zijn van een ongerechtvaardigde belemmering, zou rechtsherstel plaatsvinden via een vervangende betaling, waardoor geen hogere teruggaaf mogelijk is. Ook eerdere uitspraken van het Gerechtshof en recente Hoge Raad uitspraken bevestigen dit standpunt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen, en belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om teruggaaf dividendbelasting wordt afgewezen.