ECLI:NL:RBZWB:2025:3676
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek teruggaaf dividendbelasting aan buitenlands beleggingsfonds
Belanghebbende, een buitenlands beleggingsfonds, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar verzoek om teruggaaf van dividendbelasting over het jaar 2017. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht geen teruggaaf heeft verleend, mede op grond van het overgangsrecht en de regeling van de afdrachtvermindering.
De rechtbank verwijst naar de jurisprudentie van de Hoge Raad, die heeft vastgesteld dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd doordat buitenlandse beleggingsinstellingen niet in aanmerking komen voor de afdrachtvermindering. Belanghebbendes argumenten om prejudiciële vragen te stellen of teruggaaf te verlenen worden verworpen.
Voorts overweegt de rechtbank dat zelfs bij een mogelijke belemmering van het vrije verkeer van kapitaal, het rechtsherstel conform de Hoge Raad zou plaatsvinden met inachtneming van een vervangende betaling, waardoor geen hogere teruggaaf mogelijk is.
Belanghebbendes stelling dat het niet toekennen van teruggaaf aan buitenlandse fondsen leidt tot verboden staatssteun aan binnenlandse fondsen wordt eveneens verworpen. De rechtbank benadrukt dat het fbi-regime geen selectieve maatregel is en dat uitvoering van rechtspraak niet als staatssteun kan worden aangemerkt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter Bastiaansen op 12 juni 2025.
Uitkomst: Het beroep op teruggaaf van dividendbelasting wordt ongegrond verklaard.