Belanghebbende, een buitenlandse belegger, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de jaren 2016 en 2017. De rechtbank overweegt dat de inspecteur terecht geen teruggaaf heeft verleend, mede gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad die bepaalt dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd door het niet toekennen van tegemoetkomingen aan buitenlandse beleggingsinstellingen.
Belanghebbende stelde dat de afdrachtvermindering vergelijkbaar is met de oude teruggaafregeling en dat het niet toekennen van teruggaaf neerkomt op verboden staatssteun aan binnenlandse fondsen. De rechtbank wijst dit af en overweegt dat de regeling niet selectief is en dat uitvoering van rechtspraak niet als staatssteun kan worden aangemerkt.
De rechtbank concludeert dat belanghebbende geen recht heeft op teruggaaf van dividendbelasting noch op vergoeding van rente of proceskosten. De beroepen worden ongegrond verklaard en het griffierecht wordt niet teruggegeven.