ECLI:NL:RBZWB:2025:4544
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing teruggaafverzoeken dividendbelasting buitenlands fonds op grond van Unierecht en nationale jurisprudentie
Belanghebbende, een buitenlands fonds gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de jaren 2020 en 2021. De rechtbank heeft de zitting achterwege gelaten en de zaken samengevoegd.
De rechtbank overweegt dat de inspecteur terecht geen teruggaaf heeft verleend. De Hoge Raad heeft bepaald dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd door het feit dat buiten Nederland gevestigde beleggingsinstellingen niet in aanmerking komen voor een tegemoetkoming via de afdrachtvermindering. Belanghebbende kon geen prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie doen en het beroep op het Unierecht werd verworpen.
Voorts oordeelt de rechtbank dat het fbi-regime niet selectief is en dat het niet toekennen van teruggaaf geen verboden staatssteun oplevert. De uitvoering van rechtspraak kan niet worden aangemerkt als staatssteun. De beroepen zijn ongegrond verklaard, belanghebbende krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskosten en er is geen recht op rentevergoeding.
Uitkomst: De beroepen van het buitenlandse fonds tegen de afwijzing van teruggaaf dividendbelasting worden ongegrond verklaard.