Belanghebbende, een buitenlandse belegger uit Duitsland, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing door de inspecteur van verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de jaren 2018 tot en met 2022.
De rechtbank overweegt dat de inspecteur terecht geen teruggaaf heeft verleend. De Hoge Raad heeft immers bepaald dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd doordat buitenlandse beleggingsinstellingen niet in aanmerking komen voor een tegemoetkoming via de afdrachtvermindering, omdat zij niet inhoudingsplichtig zijn in Nederland.
Belanghebbendes argumenten dat het afdrachtverminderingregime gelijk zou zijn aan de oude teruggaafregeling en dat er sprake zou zijn van verboden staatssteun, worden door de rechtbank verworpen. De rechtbank benadrukt dat het fbi-regime niet selectief is en dat uitvoering van rechtspraak geen staatssteun vormt.
De rechtbank concludeert dat belanghebbende geen recht heeft op teruggaaf van dividendbelasting of rentevergoeding, verklaart de beroepen ongegrond en wijst het griffierecht en proceskosten toe aan de inspecteur.